Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
tige stengels van vier tot vijf voet hoogte bossen van
den wonderboom geleken. Het maniokmeel, dat uit den
wortel van dit gewas bereid wordt, is in alle deelen van
Brazilië het hoofdvoedsel. Op de eene zijde der helling
stond een uitgestrekt plantsoen van suikerriet. Wanneer
op een stuk land aan een' berg het bosch door vuur uit-
geroeid wordt, is de eerste teelt, die men beproeft, ge-
woonlijk suikerriet, waarvan men de groene stengels dan
overal tusschen de zwarte asch en de half verkoolde stam-
men ziet opschieten. De plant schiet stengels van acht
tot tien voet hoogte en maakt in dezen staat eene schil-
derachtige vertooning. Op de helling vóór ons zou men
het suikerrietveld voor eén groen heesterboschje hebben
gehouden. Daaraan grensde op dezelfde helling een kof-
fleplantsoen, welks donkergroene, glanzige bladeren tegen
het helder en doorzichtig groen van het suikerriet scherp
afstaken. De gewonnen koffieboonen worden op muildie-
ren naar Rio Janeiro ter markt gebracht. Ook groote
velden met mais en breede bedden met zwarte boonen
strekten zich bezijden de facenda uit. Op een groot
braakveld zag men tachtig tot honderd Negers, de vrou-
wen met hare kinderen op den rug, in eene rij geschaard
en allen bezig, den grond tot nieuwe bezaaiing gereed
te maken. Zij woelden daartoe den bodem in vierkante
kluiten ter grootte van baksteenen op. Een bronskleurige
opzichter in een katoenen hemd en met breedgeranden
stroohoed wandelde voortdurend achter de rijen op en
neer, om met zijne lange roede de tragen tot ijver aan
te sporen. Al, wat ik zag, was geschikt, om mij eene
volledige voorstelling van den landbouw in deze^ streken
te geven.
In de nabijheid van deze facenda had ik ook nog ge-
legenheid, om de ongeloofelij ke vruchtbaarheid van den
Braziliaanschen bodem te bewonderen. Op een grasveld
stond een boom, waarop het dieren- en plantenleven zich
in de grootste verscheidenheid ontwikkelde. De stam was
van binnen door millioenen mieren van verschillende kleur
en grootte doorboord en uitgehold. Van de dikke takken
boven hingen als zakken nesten van verschillende soorten