Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
59. DE NATUUR VAN ZUID-AMERIKA.
Een Ainerikaansch woud, waarmede onze bosschen vol-
strekt niet vergeleken kunnen worden, dient men zich
ongeveer op de volgende wijze voor te stellen. Eene
menigte hoog opgeschoten reuzenboomen warren en vlech-
ten hunne donkergroene kroonen en takken zoo dicht
door elkaar, dat vaak geen zonnestraal door dat dak heen
boren kan en men beneden in de donkerste schaduw
wandelt. Van stam tot stam, van tak tot tak winden
zich echter de lianen of slingerplanten, die met hare
bonte, geurige bloesems hare geweldige naburen als met
kransen en festoenen tooien. De wierookboom vervult
de lucht met de geuren van zijn welriekend hars. On-
telbare vogels, vooral roode, groene en witte papegaaien,
laten van alle zijden hunne stemmen hooren. Kleine apen
schommelen zich op de takken; men hoort de slangen
sissen en den jagoear brullen. Wanneer men eindelijk
den zoom van het donkere woud bereikt, zoo komt men
op de savannen, waaraan Amerika rijk is. Dat zijn vlak-
ten , die, met zeer hoog gras bewassen, de bosschen af-
breken en waarop buffels, rundvee en paarden in kudden
leven. Ook tapirs, lama's en wilde honden komen op
de savannen in menigte voor. De vogels houden zich
meer aan de bosschen; alleen de gier zweeft in onmete-
lijke hoogte boven de vlakte, naar buit uitziende, en
schiet dan plotseling met sterke klauwen en scherpen snavel
op zijn uitverkoren offer neer. Als het gras der savanne
verdord is, steekt men dat vaak in brand, vooral om
er het wilde gedierte uit te verdrijven.
In den regentijd worden die grasvlakten grootendeels
overstroomd, verkeeren in moerassen en doen boosaardige
koortsen ontstaan. Termieten en steekvliegen maken den
tocht door de savanne bezwaarlijk en lastig.
De gebergten in Zuid-Amerika zijn vreemd en zonder-
ling van vorm. Hier verheft zich eene rots met de om-