Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
met de pijl en de lans vervolgt hij hem. Het gemakkelijkst
overweldigt hij hem in de diepe sneeuw van het noorden,
waar de buffel in wegzakt, terwijl de Indiaan er op
zijne sneeuwschoenen pijlsnel over heen schiet. Evenwel
is de tijd nabij — en dit is eene treurige gedachte —
dat het laatste dezer sterke dieren het offer van de on-
verstandige hebzucht en roofgierigheid van de roode en
blanke mannen zal worden, en alsdan zullen de on-
metelijke weidevlakten voor langen tijd eene eenzame
wildernis zijn.
Deze prairiën zijn de laatste wijkplaats zoowel van de
buffels als van de Indianen, en de gebeenten van beiden
zullen daar eens gezamenlijk bleeken. Op deze met
buffels rijk gezegende vlakten vindt men de fraaiste Indi-
aansche menschenstammen; hier vertoont de Roodhuid zich
in zijn rijksten tooi en hier alleen worden zijne behoeften
nog rijkelijk bevredigd; hier is hij nog de fiere, wilde
krijger, zonder aangeleerde behoeften, zonder »vuur^
water", zonder de booze hartstochten en neigingen,
welke hij met dat van de blanken heeft overgenomen.
Hier leefden nog voor weinig jaren 300,000 wilden bijna
uitsluitend van het vleesch des buffels. Deze toch is
voor den Indiaan, wat het rendier voor den Laplander,
de kameel voor den Arabier is. De huid van het dier
dient hem tot mantel; het gelooide vel gebruikt hij tot
het dekken zijner hut, tot legerstede, tot zadels, teugels
en riemwerk; van de hoorns maakt hij lepels en drink-
bekers, van de beenderen strijdknodsen.
58. HOE IN NOORD-AMERIKA STEDEN ONTSTAAN.
De snelheid, waarmede in Amerika langs nieuwe spoor-
weglijnen steden gebouwd worden of, om zoo te zeggen,
als paddestoelen opschieten, lijkt ons eerst wel vreemd,
maar is onder gunstige omstandigheden toch licht verklaar-