Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
of Aziatische volken zweemen. Met uitzondering van
het wollige haar, hebben de Kaffers weinig of niets met het
Negerras gemeen. Hunne kleur is glanzig donkerbruin, hun
voorkomen vrij, ongedwongen en manhaftig. Hun voor-
naamste rijkdom bestaat in talrijke kudden rundvee. De
vrouwen verbouwen ook gierst, mais, watermeloenen en
andere veldvruchten. De Kaffers zijn echter hoofdzakelijk
een herdersvolk en leggen zich slechts bij voorkomende
gelegenheden op jacht, ruilhandel en akkerbouw toe.
56. DE INDIANEN IN NOORD-AMERIKA-
Van de ongelukkige inboorlingen van Amerika, die door
de Europeërs al verder naar het westen zijn opgedrongen,
zullen misschien nog een half millioen zijn overgebleven.
In het westen van Arkansas, in het zoogenaamde Indi-
anengebied, hebben zich velen als landbouwers neerge-
zet; anderen leven nog als jagersvolken op de vlakten
tusschen den Missisippi en het Rotsgebergte. Hier door-
kruisen zij de prairiën en gaan op jacht- en strooptochten
uit. Zich door een krachtigen, gedrongen lichaamsbouw
onderscheidende, zijn zij meesters in het zwemmen, loo-
pen, klauteren en springen. Daarbij worden zij ook in
scherpheid van zintuigen door geen ander volk der aarde
overtroffen. Met valkenoog weten zij de dierenprenten
en de voetstappen hunner vrienden van die hunner vijan-
den te onderscheiden. De meesten zijn uitstekende rui-
ters, wie op de wijde grasvlakten de door hen vervolgde
buffel zelden ontkomt. Den vijand tasten zij slechts aan,
als die zwakker is dan zij, en dan liefst bij nacht of
uit eene hinderlaag.
Het lange hoofdhaar zalven zij met vet en tooien zij
met pluimen en ander sieraad, terwijl zij daarentegen het
baardhaar zorgvuldig uittrekken. Bij alle stammen is nog
altijd het tattoweeren in gebruik, niettegenstaande het
inprikken en inkerven van figuren in de huid van zware
pijn vergezeld gaan. Hunne kleeding bestaat meest in een'