Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
die deels onder Engelsche heerschappij leven, deels rond-
zwerven en zonder vaste woonstee eene plaag voor de
kolonisten zijn, hebben een leelijk uitzien, plat gezicht,
groot gerond voorhoofd, uitstekende wangbeenderen,
baardelooze kin, wollig haar, blinkend witte tanden en
eene geelachtige huidkleur. Door besmeren met schapevet
en asch, waardoor zij zich tegen de steken van muskieten
en andere insecten beschutten, verkrijgen zij een vuil,
walgelijk aanzien. Hunne het meest in het oog loopende
eigenschappen zijn eene groote traagheid, welke slechts
de honger overwinnen kan, en eene onverzadelijke vraat-
zucht, die hen zelfs de rauwe ingewanden van dieren
doet verslinden. Hunne kleeding is eene soort van
mantel uit schapevachten, dien zij in den winter met de
wol naar binnen dragen en die hun bij het slapen tevens
tot deken dient. Tabak en jenever zijn voor hen het
hoogste genot. Aan den arm dragen zij een stuk hout,
een amulet tegen heksen en toovenaars, voor wie zij
erg bang zijn, en buitendien dienen hun nog koperen
kettinkjes, vischgraten en Hollandsche munten tot sieraad
en opschik. De vrouwen dragen korte schorten en tooien
zich met de vederen van struisvogels. Hunne kleine
ellendige hutten gelijken een bijenkorf, waarin men door
eene kleine opening naar binnen moet kruipen. Om het
vuur in het midden slaapt de familie met de voeten naar
den haard gekeerd, waarop doorgaans het smeulende groene
hout een ondragelijken stank verbreidt, die echter ook
de insecten verjaagt. Overdag leggen zij zich voor hunne
woning in de zon te braden. Eene piek met ijzeren
punt, een zware knods en vergiftigde pijlen zijn hunne
wapenen. Door de Europeesche landbouwers worden de
Hottentotten niet veel beter dan slaven behandeld.
De Boschjesmannen, een andere wilde stam,
zwerven in kleine troepen hongerig en roofziek in de
bosschen en op de zandige vlakten rond, waar slangen,
hagedissen, sprinkhanen en mieren dikwijls hun voor-
naamste voedsel uitmaken. Ver boven hen en de Hotten-
totten staan de Kaffers, een slank en fraai gebouwde
stam met trekken, die meestal naar die der Europeesche