Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
middelen bepakt zijn, vormen de achterhoede; eenigen
dragen matten tot leger voor de vrouwelijke officieren en
een grooten zonnescherm voor den commandant. De
provianddraagsters hebben groote, zeker wel 30 K. G.
zware kalebassen op het hoofd, die allerlei leeftocht en
mondkost bevatten. Dit regiment, dat aan den oppersten
stokmeester des konings toebehoorde, voerde buitendien
ook nog zeven standaarden mee, waarvan de spitsen met
menschenschedels versierd waren.
Hierop volgden de vrouwen des konings, die heden
600 in getal en alle uit het paleis des konings waren.
Ook de trom van deze schaar was met de schedels van
twaalf verraders versierd, die de wapens tegen den koning
hadden opgenomen. Ik merkte, dat deze legerbende op
haar' marsch een zekere orde in acht nam, die bij de
andere gemist werd. Aan de spits marcheerden negen
vrouwen met een officier als voorhoede; op deze volgden
vijftig andere, en dan kwam het eigenlijke hoofdkorps.
Bij een' aanval wordt altijd slechts éen officier tot aan-
voerder benoemd en tot dat einde door een zwaard ken-
baar gemaakt, dat van die der overigen verschilt. De
aanval zelf geschiedt zoo mogelijk altijd bij nacht of zeer
vroeg in den morgen. — De naastvolgende in de rij waren
de gewapende vrouwen uit Apodomey, en eindelijk kwa-
men de strijders uit het land Irandi, dat eene dagreis ten
westnoordwesten van Abomey ligt.
Na dezen optocht van ongeveer 8000 vrij goed gewapende
en gekleede vrouwen werd ik door den koning uit-
genoodigd, te zien, wat zijne strijderessen volbrengen
zouden. Men bracht mij op eene groote oneffen plaats,
waar men veertien dagen lang bezig geweest was, drie
geweldige hoopen van groen struikwerk op te bouwen.
Deze drie heuvels van zware doornstruiken, waar overal
de gevaarlijke stekels uitstaken, stonden in éene rij en
namen eene vlakte van ongeveer 600 M. in, terwijl
de smalle tusschenruimte, die hen scheidde, maar pas
toereikend was, om de afzonderlijke, voor de drie regi-
menten bestemde hoopen te laten onderscheiden. Zij
waren nagenoeg 70 voet breed en 8 voet hoog, en ik