Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
400
aan hagedissen, slangen en padden is er geen gebrek.
Het water is rijk aan visschen; de krokodillen kunnen
daarop te gast gaan, en de moerasvogels vinden er eene
overvloedigen tafel bereid.
Uit de wijde verte komen eerst enkele, dan geheele
scharen van trekvogels aan, waardoor soms de lucht
wordt verdonkerd. Pelikanen, in zwermen van duizend
en meer, maken een gerucht, alsof al de tamboers van
een regiment hunne trommen roerden. Die groote vogels
beschrijven boven den waterspiegel majestueuze kringen,
en nu en dan schiet een loodrecht in den vloed neer,
zoodat het schuim hoog opspat. Even schielijk duiken
zij weer op en verheffen zich met weinig wiekslagen hoog
in de lucht. Met hun grooten keelzak scheppen zij den
visch uit het water op, om hem nu in de vlucht in zijn
geheel te verslinden.
Niet minder talrijk verschijnen hier de grauwe reigers
en verder de kraanvogels. Op den tocht vereenigden
deze laatsten zich met honderden hunner makkers en
vormden troepen, die in den vorm van een' driehoek,
de spits naar voren, elkaar volgden. Daarbij verheffen
zij zich duizenden van voeten hoog, zoodat geen kogel
hen bereiken kan. Hier aan de meren betrekken zij
hunne Afrikaansche winterkwartieren nevens de ooievaars.
Ook deze, die zich anders streng afgezonderd houden,
hebben zich op de reis ten getale van honderden, ja
duizenden vereenigd. Hongerig en moe komen al deze
vogels, waaronder wij ook de flamingo's niet mogen ver-
geten , op de plaats hunner bestemming aan en haasten
zich, den krijg tegen al het kleine gedierte in poel en
plas te beginnen-
De scharen van trekvogels, die in den herfst uit
Europa en West-Azië naar Afrika overkomen, bouwen
hier geene nesten, maar gaan alleen op voedsel uit. Bij
hen voegen zich tallooze eenden, ganzen, meeuwen enz.
en worden door arenden, valken en kleinere roofvogels
gevolgd, die onder de duizenden rijken buit maken.
Op de vlakke eilanden in de meren en in de moeilijk
toegankehjke rietvelden zoeken vervolgde Negerstammen