Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
dienen tot drinkbekers, de stelen dier bloemscheeden
worden tot strikken, de bladeren tot mandjes, mattenen
hoeden en meer ander net- en vlechtwerk verarbeid, en op
gelijke wijs laat het netvormig weefsel onder aan de
bladstelen zich tot draden spinnen.
Hunne kameelen en hunne dadelpalmen zijn tot het
leven der woestijnbewoners een onmisbaar vereischte.
51. HET AFRIKAANSCHE VOGELENLAND-
Tegen den herfst verhuizen onze trekvogels naar het
warme zuiden. Waarheen gaan zij? Velen blijven reeds
aan de Middellandsche Zee, anderen gaan aan den Nijl op,
nog anderen zelfs tot in het binnenland van Afrika.
Ook zwermen van vogels uit Afrika zelf, als onder an-
deren de zwarte ooievaar en de bijeneters, trekken gedu-
rende de winterdroogte naar Midden-Afrika, dat rijk aan
groote meren en vruchtbare landstreken is. Tusschen
matig hooge bergruggen strekken zich daar wijde dal-
kommen uit, in welker midden de wateren zich verza-
melen en in den regentijd alles overstroomen. Aan den
rand van het overstroomingsgebied hebben Negerstammen
hunne dorpen, verbouwen negerkoren (durra), aardnoten
en boomwol, en weiden, in plaats van kameelen, fraaie
runderen met vetbulten, die tegelijk tot last- en rijdieren
dienen, benevens vetstaartige schapen met kort haar in
plaats van wol. De bosschen hier zijn dicht en rijk aan
doornachtige gewassen. Onder deze doet de stekelige
wolfsmelk goede diensten, daar men met haar heggen om
dorpen en plantsoenen aanlegt, die zelfs olifanten afwe-
ren. Deze laatste dieren leven hier in kudden van hon-
derd 'koppen sterk. Bij hen komen ook nog tweehoornige
rhinocerossen, nijlpaarden, buffels, leeuwen en de meeste
groote Afrikaansche viervoeters, vooral in de nabijheid
der meren.
Uit den slijkgrond der meeroevers stijgen myriaden van
muggen op, waarop tallooze vogels jacht maken. Ook