Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
de tent uit, doen den stok, die tot steunpilaar diende,
vallen, en het wijd uitgespannen doek, dat eene geheele
familie besehut heeft, wordt tot eene kleine baal opge-
rold, welke een kameeldrijver onder den arm neemt en
aan den zadel van zijn dier hangt. Zijn nu de lederen
zakken versch gevuld, de tenten opgepakt en de ka-
meelen beladen, dan geeft de fluit weer het sein tot
opbreken en wordt de tocht vervolgd. Opnieuw gaan
weken voorbij. De eene woestenij verliest zich in de an-
dere. Heete dagen volgen op koude nachten. Overdag houdt
de moede wandelaar zich zoooveel mogelijk in de schaduw
van den kameel; het trouwe dier steekt den langen hals
naar hem uit en likt hem de hand; 's nachts verwarmt
het hem. De zakken worden leeg , de oogen heeter. Met
moeite kan de reiziger zich meer voortsleepen. Daar
eindelijk wordt de kameel de redder van zijn' heer en
koopt met zijn bloed het leven des gebieders. Het
openen van eene ader aan den hals doet het dier den
dood. Het opborrelende bloed wordt zoo warm gedron-
ken of, door koken verdikt, gegeten.
50. DE DADELPALM.
Voor den woestijngordel is de dadelpalm een ware le-
vensboom. In Egypte voedt hij alleen gansche familiën;
de Arabieren en Mooren zouden op hunne dorre zand-
vlakten van honger omkomen, indien de Schepper hun
den dadelpalm niet had gegeven. Een groote zegen
daarbij is, dat de vruchten van dezen boom naar zijne
verschillende soorten ook op verschillende tijden rijp
worden, zoodat de dadeloogst volle twee tot drie maanden
duurt. Van Juli tot September eten de lagere volksklassen
in de woestijnlanden weinig anders, en ook 't overig deel
des jaars blijven gedroogde dadels hun hoofdvoedsel.
Overal keen! Zde druk. 7