Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
rondsel zijn , ten einde de omgangen tot elkander
te doen staan als 1 tot 7?
3. Een rad of volger heeft 87 en het rondsel of
de drijver 6 tanden. Vraag. Hoe menigmaal zullen
het rad en rondsel omgegaan zijn, als dezelfde tan-
den -vveder op elkander beginnen te werken?
4. In eenen molen, waar twee steenen rondgevoerd
worden, zijn er 135 kammen in het kroonrad, het-
welk onmiddellijk op de schijfloopen werkt , en
welker spillen de steenen rondvoeren. De eerste
steen gaat 9 maal rond tegen eenen omgang van het
kroonrad, en de tweede steen doet 27 omgangen te-
gen het kroonrad 5. Vraag. Bereken nu eens, hoe
veel staven er in iedere schijfloop zijn ?
5. In eenen watermolen, fig. 8, voert de bon-
kelaar A het kroonrad B rond, zijnde het eerste :
rad aan den molen-as FG en het tweede aan de:
groote spil IK, die midden in den molen staat,,
verbonden. Beneden aan deze spil is eene schijfloop)
C, welke een kroonrad D rondvoert, aan welks spill
het scheprad E verbonden is. Indien nu de bonke--
aar A eenmaal tegen het kroonrad B 1,5 maal, eni
de schijfloop C 5 maal tegen het beneden kroonrad!
D 2 maal rondgaat, kunt gij dan ook berekenen,,
hoe menigmaal het scheprad E zal rondgaan als eenee
wiek eenmaal rondgaat?