Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
s de hoek, dien het touw maakt ter plaatse, waai-
de lantaarn hangt ?
14. Hoe hoog moeten de ophangpunten der tou-
wen aan de huizen, die 6 ellen van elkander staan,
in boven omschreven stand, genomen worden, in-
dien er tusschen de lantaarn en eenen geladen hooi-
wagen , hoog 3 ellen, nog 5 palmen tusschenruimte
moet blijven ?
15. De afstand A B , fig. 4 , der huizen in eene
straat is 12 ellen en dus is deze breedte te groot
om de ophangpunten van het touw, waaraan de
lantaarn moet hangen, aan de huizen te brengen ;
want deed men dit, dan zouden de ophangpunten
veel te hoog komen. Om dit te voorkomen, beves-
tigt men aan de huizen eerst een zeer sterk gespan-
nen touw A B. In dit touw neemt men nu twee
jjunten C en D, als ophangpunten voor het touw
C E D A F, waaraan de lantaarn hangt. In het
eerste punt C maakt men het lantaarntouw vast en
in het tweede D bevestigt men een schijfje, waar-
over het lantaarntouw moet loopen. Nu vraagt men;
hoe ver moet het schijfje bij D van het punt C han-
gen , als de lantaarn 5,5 el en het gespannen touw
6 ellen hoogte boven de straat moet hebben, en men
wil de lantaarn volgens den gegeven regel van
verdam doen hangen?