Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
ieder eene trekkende kracht aanwenden van 325 ^
met eene snelheid xan 2,2 el. Hoe veel kracht wordt
er op dit rijtuig uitgeoefend?
3. Twee personen, A en B, trekken aan een voor-
werp in tegenovergestelde rigting. A met eene kracht
van 39 ® en B met 46 Nu vraagt men: a.
Hoe veel kracht heeft dit ligchaam te verduren?
b. Naar welken kant wordt dit ligchaam heen be-
wogen? c. Met hoe veel kracht wordt het voortbe-
wogen ?
4. Op een ligchaam P (Fig. 8) werken zeven krach-
ten. De krachten A, B en C werken in dezelfde,
maar tegenovergestelde rigting van D, E, F en G.
Zoo de kracht A 7, B 9, C 17, D 8, E 12, F 5
De grootte der koord Tan 23° vindt men door de eene
punt des possers in punt 3 op de lijn D E te plaatsen, ter-
vijl men met de andere punt de loodlijn Tolgt tot aan den
tranSTersaal , getrokken van 20 tot 30.
De koord, die eenen boog van 72° SO'onderspant, vindt
men aldus : plaats de eene punt des passers in het midden
tusschen de punten, gemerkt met 2 en 3 op de lijn D E ,
gaande met de andere punt loodregt op tot aan den trans-
versaal , getrokken van 70 tot 80 , dan is de gevonden af-
stand de grootte der l>egeerde koord.
3. De grootte van eenen gegeven hoek te vinden ?
Bewkeki5c. In den gegeven' hoek trekt men met de koord
van 60® eenen boog, welke de beenen van den hoek snijdt.
De afstand dezer snijpunten neemt men met den passer op ,
waarna men, zoo als hier boven beschreven is, op de koor-
^ienschaal meet, hoeveel graden de gevonden afstand Toor
den hoek aanwijst.