Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
4. Over de krachten, die op één punt werken, (a)
Lees hier over v. O. bl. 34—50.
1. Eene kar Tvordt door twee werklieden, die in
dezelfde rigling werken, voortgereden, de een trek-
kende en de andere duwende. Zoo de eerste 3 ^
trekkend Termogen en de tweede 17 « duwende
(a) Om de figuren , die men Toor de ontwikkeling der
voorstellen, waarbij het parallelogram der krachten of de
grootte der zijden cn hoeken voorkomt, te teekenen , heeft
men , behalve eene maat ter bepaling van de lengte der zij-
den , eenen transporteur of hoekmeter noodig. Zoodanig
werktuigje, in de meeste teekendoozen met passers voor-
handen , moet dienen om hoeken van eene gegeven' grootte
te construeren en omgekeerd j doch meestal zijn dezelve te
groot voor het gebruik der hier bedoelde figuren en meestal te
onduidelijk , vooral bij kaars- of lamplicht. Met meer gemak
en genoegzame naauwkeurigheid kan men, om hoeken te meten
en te teekenen, gebruik maken van eene koordenschaal.
Zie hier de constructie en het gebruik dezer schaal. Teeken ,
ten 1. eenen regten hoek ABC, zie iig. 1 , en beschrijf
daarin den boog AC , welke in neggen gelijke deelen ver-
deeld wordt, plaatsende bij de deelpunten de getallen 10 ,
20 , 30 enz. tot 90. Trekt m/n nu uit A de lijnen AIO ,
A20 , A60 of A90 , dan aijn dit koorden , weJke bogen van
10, 20, 60 of 90 graden onderspannen. 2. Neem eene wil-
lekeurige lijn DE, hg. 2, en verdeel dezelve in tien gelijke
deelen, wordende er bij de deelpunten de getaUen 1,2,3
enz. tot 10 geplaatst, 'ó. Trek uit de punten D en E en de
deelpunten 1,2,3 enz. onbepaalde loodlijnen. 4. Neem
nu de lengte van eene koord van 10 graden , d, i. de lijn
AIO, fig. 1 , en maak aan die koord gelijk de deelen DlO
en ElO, fig. 2. Neem, ten 5, de koord A20, fig. 1, d. i.
de koord van 20 giaden , en maak aan de lengte dezer koord
gelijk de deelen D20 en E20, fig. 2. Op dezelfds wijze
brengt men achtereenvolgens de lengte der koorden van 30,