Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 ® is. Vraag. Weet gij nu de grootte der kracht
Tan den bal B te berekenen ?
15. Twee hamers oefenen eene ongelijke kracht
uit. De kracht van den eersten hamer is 200 ffi,
deszelfs zwaarte 20 ffi en de snelheid 10 el. Van
den tweeden hamer weet men, dat de uitoefenende
kracht 216 ffi en deszelfs snelheid 12 el is. Kunt
gij nu de zwaarte'Tan den tweeden hamer berekenen ?
3. Over dc beweegkrachten.
lees hier over v. O. bl. 13—34.
1. Door eenen watermolen wordt elke seconde 4
kub. ellen water uitgestort, zijnde de hoogte van
den val des waters in dien tijd 1,9 el. a. Hoe veel
paardenkrachten van 76 ffi zijn hier gelijk aan de
onverminderde beweegkracht van het werktuig? b.
En hoe veel paardenkrachten verkrijgt men slechts,
indien | van de beweegkracht dbor de onzuiverheid
van het werktuig verloren gaat ?
2. Het water, waar over men. bij zo.odanigen mo-
len kan beschikken, is 2,800 kub. ellen. Nu rekent
men, dat de helft van dc beweegkracht bij dezen
molen verloren gaat, zoo dat deszelfs verminderde
werking glechts met 36 paardenkrachten gelijk staat
Vraag. Hoe groot is hier de val van het water?