Boekgegevens
Titel: Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Auteur: Gouka, Abraham
Uitgave: Middelburg: Gebroeders Abrahams, 1847
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200666
Onderwerp: Werktuigbouwkunde: werktuigbouwkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Werktuigbouw, Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wis- en werktuigkundig rekenboek, naar aanleiding van het volks wis- en werktuigkundig leer- en leesboek des heeren J.W.L. van Oordt
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
men snelheid. Vraag. Hoe groot is de massa van
het laatste wiel?
11. Iemand geeft met 16 ffi kracht 10 palmen
.snelheid aan een wiel van 14 deelen massa, zijn-
de de straal van het wiel 6 palmen. Met dezelfde
kracht geeft hij aan een wiel van 20 deelen massa
eene 'snelheid van 5,67 palm. Hoe groot is de
middellijn van het laatste wiel?
12. Hoe groot is het vermogen om in beweging
te blijven volharden van een drijfwiel van 12 pal-
men middellijn, zijnde de massa 12 deelen?
13. Van een traprad en een sportrad zijn de stra-
len gelijk , terwijl de stralen der windassen tot die
der raderen als 1 tot 10 staan. Een man, zwaar 70
®, kan in het traprad slechts op eenen hefboom,
gelijk I der straal van het rad, werken, en bij het
sportrad kan de geheele straal als hefboom gebruikt
worden. Nu is de gemiddelde snelheid, die aan
den omtrek van het traprad kan gegeven worden,
in iedere seconde 0,5 el en die bij het sportrad
0,15 el. Vraag. Hoe groot is hier de hoeveelheid
van werking in beide werktuigen?
24. Over de botsing der ligchamen.
Lees hier over v. O. bl. 275—287.
Twee onveerkrachtige ballen A en B worden