Boekgegevens
Titel: Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Auteur: Goeverneur, J.J.A.; Brugsma, Berend
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1877
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
6e dr; 1e dr.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200651
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page

Ziet gij, met wat glans en pracht
Zon en maan
Voorwaarts gaan
Aan den hemel, dag en nacht?
Let gij op den loop dos winds,
O]) des beekjes lustig stroomen ,
Hoe de een hier gaat, de ander ginds
Zonder ooit van 't spoor te komen ?
Weet gij ook, wie hun het pad
Aanwees, dat zij moesten kiezen,
En 't hun nimmer doet verliezen?
O Bedenk, Gods hand was dat.
Ja, Gods hand is groot en sterk;
Overal
In 't heelal
Ziet gij haar almachtig werk.
Zij heeft de aarde voortgebracht.
Zij schonk zon en maan den luister.
Dien zij ook door hare macht
Weer verkeeren kan in duister;
Zij geleidt, beschermt, behoedt,
Drenkt en spijzigt al, wat leven.
Kracht en adem is gegeven,
Even liefdrijk, trouw en goed.