Boekgegevens
Titel: Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Auteur: Goeverneur, J.J.A.; Brugsma, Berend
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1877
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
6e dr; 1e dr.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200651
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
VRAAG.
Weet ge, hoeveel heldre sterren
Aan het blauwe luchtruhn staan?
Weet ge, hoeveel donkre wolken
Trekken langs des hemels baan?
God, de Heer, die ze allen telde,
God, die ze op haar plaatsen stelde.
Kent haar alle, groot en klein.
Weet ge, hoeveel mugjes spelen
In den warmen zonnegloed ?
Weet ge, hoeveel vischjes dartlen
In den koelen Avatervloed ?
God, de Heer, riep hen bij namen,
Dat zij alle in 't leven kwamen
En thans blij en vroolijk zijn.
Weet ge, hoeveel kindren 's morgens
Opstaan van hun legerstee,
Om wat goeds en schoons te leeren
En te spelen wel te vree?
God daarboven kent hen allen,
Heeft aan hen zijn welgevallen.
Kent ook u en heeft u lief.