Boekgegevens
Titel: Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Auteur: Goeverneur, J.J.A.; Brugsma, Berend
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1877
Leeuwarden: Coöperatieve Handelsdrukkerij
6e dr; 1e dr.: 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4159
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200651
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Versjes voor jonge kinderen: met eenige zangwijzen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dit handje is één, dat handje is twee;
Daar krijg en doe ik alles raee.
Vijf vingers hier, vijf vingers daar,
Dat zijn tien vingers met elkaar;
Nu speel ik nog, maar ben ik groot.
Dan win ik met mijn handen 't brood.
Twee voeten heb ik, om te staan;
Daar kan ik mee uit wandlen gaan.
Nu zijn ze nog maar zwak en teer.
Maar, als ik groot ben, dan niet meer.
Dan loop ik, wat ik loopen kan.
En word niet eenmaal moe daarvan.
Eén hartje tikt hier in mijn zij;
Dat klopt zoo vergenoegd en blij;
't Mint vaderlief en moeder zeer,
Maar bovenal den Lieven Heer,
Want o! die doet mij zooveel goed.
Dat ik Hem wel beminnen moet.