Boekgegevens
Titel: Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Auteur: Gleuns, Willem
Uitgave: Groningen: Gleuns, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4143
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200646
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Dichtbundels, Bloemlezingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
87
O bloem van dertien dagen ,
. Uw heil verbiedt ons 't klagen.
U. K. TOOT.
52. WIEGEZANG VOOR MIJN DOCHTERTJE.
Stil! stil! lief Lijsje ! sus ! ei sus,
Wat slaakt gij droeve toontjes !
Hoe rollen uwe traantjes dus
Langs 't blosje van uw' koon^es ?
Uw wiegje huist nog geen verdriet.
Waarom sluit gij uwe oogjes niet ?
Wat of uw hartje toch beschreit?
Wat doet u zuchtjes geveo?
Uw' minnelijke onnoozelbeid
Leeft nog een hemelsch leven.
Gij zoogt uw lijfje pas vol zog:
Wat deert u? wat begeert ge nog?
Of jokt en speelt uw zoete jeugd
Dus wat met simple klagjes ?
Ei schep dan liever uwe vreugd
Id lodderige lachjes.
Die staan uw aanzigtje eens zoo wel;
De droefheid is geen kinderspel.
Bevallig kindje I neen : gij moet
De tintelende vonkjes
Van uwen lieven morgengloed,
Noch de aangename lonkjes ,