Boekgegevens
Titel: Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Auteur: Gleuns, Willem
Uitgave: Groningen: Gleuns, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4143
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200646
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Dichtbundels, Bloemlezingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
17. TE VROEG ONTLUIKENDE BLOEM.
Teêr bloemeke, zie wat gij floet,
Gij durft het al te ontijdig wagen ;
April heeft ook zijn' wintervlagen
En geeft nog wel een' witten hoed.
Gij geeft u al te vaardig bloot;
Daar kan nog wat ontstaan van 't noorden,
Dat kwetsen kan , ja gansch vermoorden
Uw geestig wit en aardig rood.
Beklagen zult gij nog misschien,
Dat gij op de eerste lenteliefde
Of laauwte uw zwanger knopje kliefde.
En ons uw blos zoo vroeg deedt zien.
Een maartsche lach dient niet vertrouwd;
Laat, zoo 't u veilig lust te pralen,
Apol den Stier eerst achterhalen.
Gij slacht den zeeman, die te stout
Op eenen schoonen dag of twee
Zijn anker ligt en valt aan 't varen,
Maar naauw gekomen in de baren.
Weer roept om zijn' verlaten reé;
Wanneer hij al bestorven ziet,
Hoe (el van de onverwachte vlagen
Zijn vlot gebeukt wordt en geslagen ,
En heen solt daar 't de wind gebiedt;
Wanneer hij in verdrinkens nood.
Van zand, van zout, en schuim bedolven,
Meent zooveel doön te zien als golven.
En telkens wacht den jongsten stoot.
Gij slacht den hoveling, die prat
Op 't eerste gunstig oog zijns heeren
Fluks valt aan 't pogchen en braveren;