Boekgegevens
Titel: Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Auteur: Gleuns, Willem
Uitgave: Groningen: Gleuns, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4143
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200646
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Dichtbundels, Bloemlezingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dichtbundel, verzameld uit de werken van oud-vaderlandsche dichters: een leesboek tot bevordering van den goeden smaak en tot oefening in het kunstmatig lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Wat na of verre wast, wat uit der aarde groeit
Dat komt u, met de zee, den haven ingevloeid.
God is gelijk de zon, die duizend gulden stralen
Laat van den Hemel af op uwe steden dalen,
Wat ooit aan boomen hing of op de velden stond
Dat wordt u door den Heer gestoken in den mond.
Men wint hier in het land geen most of rijpe wijnen.
Gelijk men elders doet daar heeter stralen schijnen;
En des al niet te min zoo heeft uw gansche kust
Van mosten wils genoeg, van wijnen volle lust:
Al wat de Neckar geeft, al wat de Fransche dalen,
AI wat Madera zendt het speelt in uwe schalen;
Al waar in eenig land een' rijpe druive berst
Daar wordt tot uw behoef een zegen' uitgeperst.
Men pakt in uw bevang geen blaauwe tonne-vijgen ,
Zij komen evenwel op uwe tafel zijgen.
God heeft den Spanjaard zelf als in de borst ge-
prent
Dat hij naar dit gewest de beste fruiten zendt.
Wat lijdt er menig volk des zomers heete vlagen ,
Om aan dit verre land zijn' vruchten op te dragen ;
Hier is geen suikerriet, dat in de dalen wast,
En toch wordt hier de jeugd met suiker overlast.
Het Indisch rijk gewas, de peper, foely, noten.
Wordt hier gelijk het graan , op zolders uitgegoten:
Men plukt hier geen kaneel, geen anderedel kruid.
Wij deelen 't evenwel met gansche schepen uit.
Of China maar alleen en bakt de porseleinen
En houdt ze menig jaar, gelijk de lieden meinen.
Men vindt hier onderwijl de fijnste lijkewel
Of bij een schipperswijf of bij een bootsgezel.
Al zijn in deze kust geen onderaardsche slaven.
Die koper, ijzer, staal, in diepe kuilen graven,
Zoo woont toch hier het volk dat groote stukken giet
En met een hol metaal door harde muren schiet.