Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
294
W.X.Y.Z.
alêb, V. when asleep , toen
hij sliep; when come,
wanneer hij gehomen is;
het slaat dikwijls voor
then, dan, daarop, zoo;
b. V. I had scarce spoken,
when he came, ik had
naauwelijks nil ge sproken,
toen hij kwain.
"Whence, adv. (ooA, hoe-
wel verkeerdelijk from
whence), van waar, {en
in eenige construction ,)
van daar s daarom.
"Whenever , adv, zoo dikwijls.
Where, adv. waar, icaar-
/lee«; every where, overal.
Whereas, conj. terwijl,
terwijl daarentegen.
Wherefore, adv. waarom'^
weshalve.
Whereon , Whereupon, adv.
waarop.
Wherever, adv. waar, of
waarheen ook,oteral waar.
Wherewit|ial,adv.füaaiw««c?e.
{Uet staat gelijk met het
Fransche de quoi, b. v. I
have wherewithal to pay,
j'ai de quoi p4ter, ikben
in staat om te betalen).
Whether, conj. of, hetzij;
(somwijlen met den injinit.)
whether to take, of Ay
het ook nemen zoude.
Which, pron. welke, het-
welk, die, dat.
While, ady. gedurende dat,
terwijl, integendeel.
Whilst, adv. gedurende dat,
zoo lang»
Whip, 8. zweep.
* to Whip, {imp. sn part.
whipt) v. a. et n.zweepen;
I shall have you whipt. ik
zalulaten kloppen, {schie-
lijk) houwen, stooten.
Whisker, s, knevel {van
eene kat), snorren.
to Whisper, v. u. et n.
zacht spreken, fluisteren.
to Whistle, v. a. eiw. fluiten.
White, adj. wit, blank.
White, s. witte kleur, wit.
Who, {gen. whose, dat. en
acc. whom) pron. wie 9
{als pronomen relativum)
ivelke, die.
Whuever, pron. wie ook.
Whole, adj. geheel, al.
Wholesome, adj. gezond.
Wholly, adv, geheel on al.
Whoui, dat, cn acc. van
Who, wie.
Whomsoever, dat. en acc,
van Whosoever, al wie.
Whoop, s, geschreeuw {der
vervolgenden in den oorlog).
Whose , pron. gen. (van
who) Wiens, xnier.
Whosoever, pron. wie ook,
ieder die.
Why, adv. waaro7n$ (als
uitroep) wat! het dient
zeer dikwijls in antwoor-
den , waar het eigenlijk
zoo veel beteekent als:
waarom vraagt gij dat^
gewoonlijk echter slechts
door, wel nu, te verta-
len; why then, nu dan,
nu goed.
Widow, 8. weduxc.
Wife, 8. vrouw.
Wild, adj. wild, verward,
zeldzaam.
VfWdï-^yadv.xcildyOngebonden.
Will, 8. wil, laatste wil,
testament,
* Will, (tweedepersoon wilt,
imp. would,) v. n. willen;
I would, ik zou gaarne,
ik heb lust; I would have
you go to our neighbours.