Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
\v.
293
op eenen goeden v^eg zijn;
my own way, op mijne
wijze; every way, vol-
strekt , geheel, in alle
opziglen; no way, geens-
zins; by way of» bijwijze
van, als: by way of embel-
lishment , tot versiering.
We, prun. wij.
Weak, adj. zwak.
Weakness, s. zwakheid.
Wealth, s. rijkdom.
Weapon, i. wapen, geweer,
staal; weapons, wapenen.
Weather, s. weder.
Wealherbeaten, adj. door
slecht weêr afgemat.
* to Wear, {imp. wore,
part, worn), v. a. et n.
slijten, dragen, {aan het
ligchaam) ; to wear out,
uitmergelen, uitputten ;
to wear away, uitteren.
Weary, adj. vioede,
to Weary, v. a. vermoeijen;
yveax'xQd,moede,verdrietig.
Weaver, s. wever.
Webbed, adj. met vliezen
verhonden {van de pootvn
der watervogels).
Wedding, s. bruiloft.
Wedlock, s huwelijk, echt.
Weed , s onkruid,
to Weed, v. a. wieden.
Week , s. week.
to Weep, {imp. en part,
wept) v. n. et a weenen.
to Weigh, V. a. et n. over-
wegen, wegen.
Weight, s. gewigt, nadruk.
Weighty, adj. zwaar,wigtig.
Welcome, s. welkom, wel-
komst.
to Welcome, v. a. verwel-
komen.
Welfare , s. welvaart.
Well, adv. wel, goed, wel-
aan, nu dan; to be well
off, er goed afgekomen
zijn, zich wel bevinden ,
er goed aan zijn; as well,
zoo wel.
Well, adj gezond, wel.
Went, imp, van to Go, gaan.
Were, imp. van to be, zijn.
West, s. et a. west,
West-Indies,s.pi. W'esN/nrfi-
ën, {de eilanden tusschen
Noord en Zuid-Amerika).
Westminster, Westmuns-
ter, {een gedeelte der stad
Londen, waarin, en wel
bijzonder in het gebouw
Westminster-hall , ver-
scheidene hoven van jus-
titie zitting houden).
What, pron. wat, hetgene,
(t/i deze beteekenis staat
het »» plaats van that
which, b. V. the sight ot
what be could not taste,
het gezigt van hetgene hij
niet konde proeven); welk,
welke, welk, wat voor een ;
(tn deze beteekenis heeft
het of in het geheel geen
of het niet bepalende lid-
woordachter zich,en dient
voor alle geslachten en
getallen, b, v. whüt esti-
mation , welk aanzien;
what a fool, welk een
dwaas; what then? wat
verderf what though ,
wanneer ook, hoewel).
Whatever, pron. wat ook.
What's, roorWhatis, watis.
Whatsoever, pron. wat ook,
Wheel, s. wiel, rad.
When, adv. et conj. wan-
neer ^ als, hoe, (tn deze
beide beteekenissen heeft
hei dikwijls een adjectivum
of participium bij zich,