Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
u.
289
University, s. hoogeschool,
universiteit.
Unjust, adj« onregtvaardig.
Unjustly,adv. onregtvaardig.
Unkind, adj. onvriendelijk.
Unkindly,adv. onvriendelijk,
Unknovrn, adj. onbekend.
Unless, conj. tenzij, indien
niet.
Unlike, adj. ongeltjk.
Unlucky, adj. ongelukkig,
ongeluk brengend; an
unlucky bull, een ondeu-
gende bul of stier.
Unmerciful, adj, onbarmhar"
tig.
Unmercifully, adv. onbarm-
hartig.
Unnatural,adj. onnatuurlijk.
Unobserved, adj. ongemerkt,
Unperceived, adj, onopge-
merkt.
Unprovided for, adj. (rf. t.
whom no one has provided
for), ontoorzien, onge-
plaatst.
Unreasonable, aA], onbillijk.
Unrelenting, adj. ontoegeef-
lijk, onverbiddelijk.
Unresisting, adj. die niet
wederstaat, geen weêr-
stand biedt, weerloos.
Unsociable , adj, ongezel-
Unspotted, adj. onbevlekt.
Unstrained, adj. ongespan-
nen, ontspannen y [van
eenen boog).
Unstrung, adj. ongespannen,
onbesnaard.
Unsuccessful, adj. ongeluk-
kig, niet wel slagend.
Unsup'portable, adj. ondra-
gelijk.
Unsupported, adj. niet on-
dersteund.
Unsuspecting, adj, zonder
achterdocht, nietskwaads
vermoedend.
Until, zie Ti», tot.
Untouched, adj. onaange-
roerd.
Unused, adj. ongewoon.
Unusual, adj. ongewoon.
Unutterable, adj. onuitspre-
kelijk.
Unwilling, adj. onwillig.
Unwillingness, s. onwillig-
heid.
Unworthy, adj. onwaardig.
Up, adv. et prep, op; up
the stream, den stroom
opwaarts; up and down,
op en neder, heen en we-
der; up to the knees, tot
aan de kniën,
to Upbraid, v. a. vervnjten,
schelden.
Upbraiding, s. verwijt.
Upon, prep, op, {van den
tijd) op, na, tot; upon
this, hierop, terwijl; upon
sight of, etc. toen hij zag;
upon flying abroad, als zij
op het punt was, om uit
ie vliegen; once upon a
time eens, op eenen ze-
keren tijd ; aan , hij;
{hei voegt zich naar
U werkwoord en beieekent
bijv, na to talk, to praise
etc, over; na to intrude«
tusschen , hij ; to call
upon one, bij iemand
aankomen , een bezoek
geven.
Upper, adj. opperste.
Upright, ad'yopregt, eerlijk.
Uproar, s, oproer, alarm,
to Urge, v, a, aanzetten,
draven, doorzetten.
Us, dat, enacc,{vanvre), ons.
Usage, s. behandeling.
Use, s. gebruik, nut; to
20