Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
278
W.X.Y.Z.
Stick, 8. atok; sticks, dun-
ne stukjes hout, takke-
boisen.
* to Stick, V. a. etn. {imp,
en part, stuck) aankle-
ven ; to stick up, vast-
hechten.
Stiii, adj. stil,
Stili, adv. nog, gedurig,
* to Sling, V. a. {imp. en
part, stung) steken, met
eenen angel.
Stipend, s. loon, soldij.
to Stir, V. a. etn. ^eire^en,
woelen, zich bewegen.
^ Stock, 8. stam {van eenen
boom), kapitaal, fonds
conversation-stock , de
stof, onderwerp van het
gesprek.
Stomach , s. maag.
Stone , 8. steen.
Stool, 8 stoel zonder leu-
ning ^ voetbankje.
to Sloop, V. n. zich buigen,
gebukt gaan, zich vrien-
delijk , gemeenzaam be*
toonen.
Stoop, s. het nedervallen;
to make a stoop at, op
iets nederschieten, ter
neêr storten.
Stop, 8. ophouding, stil-
stand,' to put a stop to,
een einde maken aan,
to Stop, V. n. et a. op-
houden, stilstaan, aan-
houden.
Stork, 8. ooijevaar.
Storm, 8. stor7n.
Story, geschiedenis, ver-
haal, geval. Voorval.
Strait, 8. {ofin plur, straits),
engte, naauwepas, nood.
Strange, adj.urcemd, zeld-
zaam.
Stranger, 8. vreemdeling.
Stratagem, 8. list, krijgslist.
Straw, 8. stroo, stroohalm.
Stream, s. stroom.
to Stream, v, n. stroomen,
vlieten.
Siret't.9.straat (in eene stad).
Strength , s. sterkte, kracht,
to Stretch, v. a. et n, strek-
ken, uitstrekken.
Strict, adj. streng, naauw-
keurig.
Strife, s. twist, strijd,
to Strike , v. a. et n. {imp.
en part, struck) slaan ,
treffen, iemand schielijk
in de eene of andere ge-
moedsbeweging stellen;
struck, getroffen, geraakt;
striking,!n het oog loopend,
to Strip, V. a. ontblooten,
ontkleeden. berooren.
Stripling, s. kaaap {tusschen
de kinder- en jongelings-
jaren), aankomeling,
to Strive, v. n. {imp. strove,
part, striven) sfreren, zich
zeer beijveren, strijden;
he strove all he could,
hij deed al wat hij kon.
Strong, adj. sterk, krach-
tig , dapper.
Strong-hooked, adj. sterk
gekromd.
Struck, imp, en part, van
to strike, slaan, treffen.
Structure, zamenstelling ,
inrigting, gebouw.
Student, s. student.
Studious, adj. studerend,
geleerd.
Study, 8. studie, studeren,
aanleeren, voorwerp van
onder zoek, nadenken, stu-
deerkamer ; the studies,
de studiên^wetenschappen.
to Study, V. n. et a. trach-
ten ^ willen, begeeren, stu-