Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
s.
Sex, 9. {mannelijk of vr OU'
ioelijk) geslacht, kunne,
sekse.
Sexton, i.doodgraver,koster,
Shado, 8. schaduw, lommer-
rijke plaats, schaduw,
afgestorvene geest, schim.
Shadow, 8. schaduw {van
een voorwerp), schijn.
Shady, ady schaduwachtig,
lom merrijk.
to Shake, v. a. et n. schud-
den, sidderen, beven,
ShalJ, V. n. {gebrekkig werk-
woord) {imp. should), ^m/-
len; gewoonlijk is het een
vorm van den toekomen-
den tijd, ik zal, ik ben
voornemens, ik wil; I
should, ik zoude, ik wilde.
Shallow, adj. vlak, niet
diep, laf, geesteloos.
Shambles, s. pl. vleesch-
banken, vleeschhal.
Shame, i.schaamte, schande.
Shameful, adj. schandelijk.
Shank, ».schenkel; shanks,
spillebeenen.
Shape, 8. gedaante, gestal-
te {des ligchaams).
Share, 9. deel, aandeel,
to Share, v. a. et n. {met
en zonder ïVi) deelen, deel
nemen, deel hebben,
Sharp, adj. scherp, spits,
doordringend {van kou-
de en regen), ijverig ,
beg ee tig.
Sharp-set, ad'y zeer hongerig,
to Shatter, y, a. verbreken,
verpletten; shattered con-
stitution , gekrenkt lig-
chaamsgestel, verzwakte
gezondheid,
to Shave , v. a* scheren,
{den baard).
She, pron, zij, {devrouw);
wordt ook tan vele dieren
gebruikt, die gedeeltelijk
in het Nederduitsch van
het mannelijk geslacht
zijn, als: de kikvorsch ,
ooijevaar, enz.
* to Shed, V, a. {imp, en
part, shed) uitgieten ,
storten, vergieten.
Sheep, 8. sing, et plur,
schaap, schapen,
to Sheer olf, v. n. zich on-
gemerkt verwijderen, zij-
ne biezen pakken,
Shell, 8, schelp,
Shi'pherd, 9. schaapherder»
toShew, V. a. toonen, wijzen.
Shew, 8. tooneel, uitzien,
uiterlijk aanzien, schijn.
Shield, 9. schild.
Shift, 9. hulpmiddel, uitweg;
to make shift, een middel
uitvinden, middel vinden.
Shilling, s. schelling, {eene
engelsche zilveren munt,
hei twintigste gedeelte
van een pond sterling,
twaalf pence bevattende),
* lo Shine, v. n. {imp,
en part. shone) schijnen,
glinsteren , schitteren ,
tn aanzien zijn.
Shining, adj. schitterend,
blinkend.
to Shipwreck, v. a. schip-
breuk doen lijden; to be
shipwrecked , schipbreuk
lijden; a shipwrecked sai-
lor, een schipbreukeling.
Shipwright, s. scheepsbouw-
meester, scheepstimmer-
man.
Ship, 9. schip.
Shock, 8. stoot, schok.
Shoe , 8. schoen, hoefijzer,
to Shoe, V. a. beslaan,
* to Shoot, {imp, en part.