Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
L.
239
{jegens zijne meerdC'
ren).
Lubberly, adj./ömp, traag.
Lucre, s. winst,
to Lug, V. a. trekken, slepen,
Lung», 8. phir. de long.
Lustre, 8. luister, glans.
Luxuriance, 8. kostbaar-
heid , vruchtbaarheid,
{van den grond), weel-
derigheid.
Luxurious, adj, uitspattend,
weelderig.
Luxury, s. zwelgerij, weelde.
Lycurgus , s. Lycurgus,
{wetgever te Sparta),
M.
Macedonia , s. Macedonië,
{een land in het noorden
van Griekenland),
Machine, s. werktuig, ma-
chine.
Mad, adj. onzinnig, dol,
razend; mad day, de dag,
waarop iemand dol is,
gekke dag,
Madagascar, s. Madagascar,
{een groot eiland bij Afri-
ka),
Madam, 8. mevrouw.
Made, part, van to make,
maken.
Madness, s. krankzinnigheid.
Magazine, s, magazijn, voor-
raadhuis.
Magistrate, s, magistraat,
overheidspersoon, over-
heid, regeringspersoon.
Magnanimity, 8. grootmoe-
digheid, edelmoedigheid.
Magnificent, adj. prachtig.
Magnificence, s. pracht.
Magnitude , s. grootte.
Magpie, s. ekster.
Mahometan, s. Mahomedaan,
Maid, s. ongehuwde vrou-
welijke persoon, juffer,
maagd, dienstmeid; ser-
vant maid, oppasster.
Maiden, s. maagd, meisje.
Main, adj. voornaamste,
grootste {in zijne soort);
the main point, de hoofd-
zaak.
Main, s. oceaan, {in te-
genoverstelling van klei-
nere zeeë7i, zeeboezems);
het vaste land (tn tegen^
stelling van een eiland),
to Maintain, v, a. bewa-
ren {in eenen zekeren toe-
stand) , voeden, met de
tegenwoordige behoeften
voorzien, onderhouden.
Maintenance, 8. verzot-ging
{met de noodige behoeft en
des levens), onderhoud.
Majesty, s. majesteit, hoog-
ste wereldlijke magt, {de
abstracte titel van ge-
kroonde hoofden van beide
geslachten); Your Majesty.
Uwe Majesteit; grootheid,
aanzienlijke gestalte ,
grootte {van geest en ge-
moed), pracht,
* to Make, {imp. en part,^
made), v. a. et n. ma-
ken; tomako one's escape,
ontvlugten; to make up,
vormen , zamenstellen ,
uitwerken , uitmaken ,
dwingen, tot iets aanzet-
ten : he made him work,
Ay zette hem tot werken
aan; doen: to make a
thingappear ridiculous,
iets belagch elijk doen
schijnen; {alsintransitiv.)
zich ergens henen wen-
den; to make toward one ,
op iemand afgaan; to