Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
L.
235
to Kindle, v. a. aansteken,
ontvlammen»
Kindly, adj. zacht, goedig.
Kindly, adv. liefderijk,
vriendelijk.
Kindness, goedheid, weU
ioillendheid, vriendelijk-
heid.
Kindred, s. verwantschap,
bloedverwanten, verwan-
ten.
King, 8. Koning.
Kingdom, s. koningrijk.
Kinsman , s. bloedverwant»
to Kiss, V. a. kussen.
Kitchen, s. keuken.
Knee, s. knie,
to Kneel, V. n. knielen.
Knife, 8. wes.
Knight, s. ridder,
to Knock, V. a. kloppen,
aankloppen, slaan, stoo-
ten; to knock off, af-
slaan, afdoen.
Knout, s, knoet, (eene Rus-
sische zxoeep),
* to Know, [imp. I knew
part, known), v. a, ken-
nen, weten.
Knowledge, 8. kennis, be-
kwaamheid, kunde.
Known, part, (van to know)
bekend,
Koran, s. Koran, (het hei-
lige boek van de volgelin-
gen van Mahorned),
I.
Laborious, adj. werkzaam.
Labour, s.werk, arbeid,
to Labour, v. n, werken,
in verlegenheid, in nood
zijn; to labour under de-
fects , met gebreken te
worstelen hebben.
Labourer, s. iemand, die
met grof werk bezig isf
arbeider, landman, boer,
Lacedaemonian, s. Lacede^
moniër, Spartaan,
Laconic , adj. Laconisch,
Laconiek, (eene uitdruk'
king met opzigt tot den
stijl: kort, in weinig woor-
den zaamgevat).
Lad , 8. knaap , jongen ,
jong mensch,
to Lade, v. a. beladen, laden.
Lady, 8. aanzienlijke vrouw,
dame, vrouw, echtge-
noot, gemalin,
Laertes, s. Laertes, (vader
van Ulysses),
Laid, imp, et part, van to
lay, leggen.
Lake, s. meer, meir.
Lamb, 8. lam,
to Lament, v. a. klagen,
beklagen.
Lamentation, s. klagt.
Lancet, 8. lancet, laatmesje.
Land, 8. land, landgoed,
grondstuk, landerij.
to Land, v. a. et n. landen.
Landing, 8. landing.
Landlord, s. waard, hospes,
kastelein, gastheer, land-
heer,
Landservice, 8. landdienst.
Language, s. taal^ spraak.
Lap, 8. schoot.
Lap-dog, schoothond.
Large, adj. wijd, groot; at
largo, in de verte, in
vrijheid; to set at large,
in vrijheid stellen.
Lark, s. leeuxoerik,
La«t, adj. laatste; at last,
ten laatste, eindelijk,
to Last, v. n. duren.
Lasting, adj. duurzaam:
Lastly, adv. eindelijk.
Late, adj, laat, cer-