Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
22U
G.
Good-naturedly, adv. goed-
hartigUjk , goedaardig.
Goodness, s. goedheid.
Goose, s. gans,
10 Gore, \. a. steken, door-
boren, 7net de horens
stooten, dood siooten,
Gothic, adj. gothisch, van
de oude Gothen.
Gout, jicht, podegra,
to Govern, v. a. regeren.
Governor, s. gouverneur,
bestuurder,
Government, s. regering.
Gown, s. opperkleed {bij-
zonder van de vrouwen),
toga , tabbaard.
Grace, s genade, titel der
hertogen; your grace ,
uwe genade; bekoorlijk'
heid, schoonheid, uiter-
lijke houding. Zte graces.
Graceful, adj. genadig, be-
koorlijk, bevallig, inne-
mend.
Graces, s. pl. Gratiën, {de
mythologische Godinnen
der bekoorlijkheid), be-
valligheden.
Gracious, adj. bevallig, aan'
genaam.
Gradually, adv. trapswijze.
Grain, s. korrel.
Granary, s. voorraadhuis,
korenzolder, korenschuur.
Grand, adj. grootsch,
prachtig.
Grandee, s. groote, {man
van magt en waar-
digheid, bijzonder in
Spanje).
Grandeur, s. grootheid.
Grandfather, s. grootva-
der,
to Grant, v, a. verleenen,
mededeelen,
Grape, s. druif.
Grateful, adj. dankbaar,
aangenaam.
Gratification , s. vergenoe-
gen , aanvalligheid, be-
vrediging,
to Gratify, v, a. bevredigen,
begunstigen.
Gratitude , s. dankbaarheid.
Gratuity, s. geschenk, be-
looning.
Grave, sliï^. ernstig, plegtig.
Gravely, adv. ernstig.
Great, adj. groot.
Great-grandfather, s. over-
grootvader.
Greatly, adv. grootelijks.
Greatness, s. grootheid,
waardigheid, hooge rang,
Grecian, adj. Grieksch,
Greece, s. Griekenland,
Greedily, adv. gretig, be-
geerig.
Greedy, adj. begeerig.
Greek, 8. Griek; adj. griek-
sche taal, Grieksch.
Green, adj. groen, onrijp.
Grew, imp. van to Grow,
groeijen.
Grief, s. verdriet, kommer,
to Grieve, v. n. kommer
gevoelen, zich bedroeven;
I grieve, het doet mij leed.
Grim, adj. grimmig,
Gfimness , s. grimmige,
schrikkelijke gedaante.
Grin, s. grijnzen, tande-
knersend lagchen.
to Groan, v. n. zuchten,
steunen.
to Grope, v. n. naar iets
in het donker rondtasten,
tosten.
Ground, s, oppervlakte (der
aarde), grond.
Grove, s. omheining, bosch-
je, allee,
* to Grow, (imp. I grew.