Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1853
6e verb. dr
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4089
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200629
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnenden, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
099
G.
G.
Gaiety, s. vrolijkheid.
to Gain, v. a. winnen,
erlangen, bekomen , tot
iets geraken, bereiken.
Gale, 8. zachte wind, windje.
Gall, s. gal.
to Gallop, V, n, galoppe-
ren.
Gallows, 8. galg,
Gally, 8. galei.
Game, s. spel, scherts, wild,
to Game, v. n. spelen.
Gamester, s. speler.
Gaming, s. spelen, spel.
Ganges, s. naam eener ri-
vier in Indiê,
Garb, s. Meeding,
Garden , s. tuin.
Gardener, s. tuinman.
Garret, s. dakkamer, vlie-
ring.
Garrulous, ndy praatachtig,
snapachtig , lastig.
Gate, 8. poort,
to Gather, v. a. et n, ver-
zamelen, hijeen brengen,
zich verzamelen.
Gay, adj. vrolijk, bont,
to Gaze, v. n. staren; to
gaze at, aanzien, aan-
staren.
Geese, plur. van Goose,
gans.
General, adj. algemeen.
General, s. generaal.
Generally, adv. algemeen.
Generosity, s. edelmoedig-
heid, grootmoedigheid.
Generous, adj. grootmoedig,
edel; ook van dieren: bij
voorbeeld , a generous
horse, een edel paard.
Genius, 8. kckwaambeid(van
geest,) vernuft, geest,
genie, (over het algemeen)
natuur, gesteldheid, aan-
leg.
Genteel, adj. hoffelijk, def-
tig.
Gentle, adj. zachtmoedig,
zacht, goedertieren.
Gentleman, s. heer, ieder
niet tot den adel behoo-
rende, maar wel opge*
voede en goed gekleede
man;' ieder, welken wij
met Mijnheer aanspreken;
fatsoenlijk man, man van
fatsoen.
Gentleness, s. dienstvaar-
digheid, goedaardigheid,
minzaamheid.
Gently, adv. zacht, goed-
aardig.
Gentry, s. middelstand, de
klasse tusschen hetgemeen
en den adel, alle Gent-
lemen ; the black-robed
gentry, de zwart geklee-
de heeren, de advokaten,
George, s. George,
German, adj. Duitsck; s.
Duitscher.
Germany, s. Duitschland.
Gesture, s. gebaren, gang,
beweging van hot lig-
chaam,
* to Get, v. a. et n, ver-
krijgen, ontvangen, ver-
werven , leoren; to get
by heart, van buiten
le'eren; to get off, af-
krijgen , wegnemen; to
get out, er nit brengen;
to get together, te zamen
brengen; Aanmerk. Ge-
volgd door een verl. deelw.
van een v. a., waarvoor
een accusativus staat, be-
teekent to get, laten;
b, V. to get a chicken
dressed, een kuiken laten