Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
298
W.
• to Whip, (imp, en part,
whipt) V, a. etn. l,zwee-
pcn ■ I shall have you
whipt, ik zal u laten
kloppen; 2. (schielijk)
houwen, stooten.
Whisker, a. I, knevel (van
eene kat); 2. bakkebaard,
to Whisper, t. a. et n.
zacht spreken, fluisteren,
to Whistle , T. a. et n.
fluiten.
White, adj. wit, blank.
White , 8. witte kleur ,
wit.
Who, (gen, whose, dat, en
.ICC. whom) pron. 1. wie?
2. (als pronomen relati'
vum) welke, die,
Whoerer, pron. vie ook.
Whole, adj. geheel, al.
Wholesome, adj. gezond.
Wholly, adv. geheel en al.
Whom, dat, en acc. van
Who.
Whomsoever, dat. en acc.
'■'an Whosoever.
Whoop, 8. geschreeuw (der
vervolgenden in den oor-
log).
Whose , pron, gen, (van
who) wiens, wier.
Whosoever, pron. wie ook ,
ieder die.
Why, adj, waarom? 2. (als
uitroep) wat! 3. het dient
zeer dikwijls in antwoor-
den, waar het eigenlijk
zoo veel beteekent als :
waarom vraagt gij dat ?
gewoonlijk echter slechts
door, wel nu, te verta-
len ; why then , nu dan,
nu goed.
Widow , 8. weduw.
Wife, s. vrouw.
Wild, adj. 1. wild; 2. ver-
ward , zeldzaam.
Wildly , adv. wild , onge-
bonden.
Will, 8. I. wil; 2, laatste
wil, testament.
* Will, (tweedbpersoonvfWi,
imp, would, )v, n. 1. willen;
I wouid, ik zou gaarne,
ik heb lust; I would have
you go to our neigh-
bours, t'A wenschte Wel,
dat gij bij onze buren
gingt; would to heaven,
gave de hemel; 2. (ge-
woonlijk een vorm van
het futurum), I Will, ik
zal; 1 would, ik zoude;
3. plegen; he would cry ,
hij plagt te roepen,
William 111, 8. Willem de
derde, (koning van En-
geland),
Willing, adj. willens, ge-
negen.
Willingly, adv, gaarne, ge-
willig.
Willingness , 8. bereidwil-
ligheid,
, (gij) wilt, van to
Will.
• to Win, (imp, en part,
won) V. a. winnen.
Wind, 8. wind.
Window, 8. venster.
Wine , M, wijn.
Wing, 8. vleugel, vlerk,
Wintvr 8. winter,
to Wipe, v. a. uitwisschen^
Wisdom, 8. wijsheid,
Wiafe, adj, wijs.
Wisely, adv. wijselijk,
to Wish, V. a, et n. wen-
schen.
Wish, 8. wensch.
Wistfully, adv. opmerkzaam.