Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
29G
W.
to Watnh, V. n. et n. 1.
walicn y bewaken; 2. he-
ren; to waicli an oppor-
tunity , op eene gelegen-
heid ivachien.
Watch, 8. 1. wacht; 2. ho-
ro^ogic.
"Walcliful, adj. waakzaam.
Water, r. water; holy wa-
ter, wijwater.
Wotpry, adj. waterig'
to Water, v. a. bespoelen ,
beioateren , besproeijen ,
begieten.
WaTe, s. golj, baar.
to Wave, v. a. heen en wéér
bewegen, zwaaijen; zwie-
ren.
AVax, 8. was.
AYay, 8. 1. weg; io give
way, plaats maken, wij-
ken; by the woy, in het
voorbijgaan; to be on a
fair way, {even als in het
Nederduilsch) op eenen
goeden weg zijn ; 2. middel;
wijze; my own way, op
mijne vnjze ; every way,
volstrekt, geheel, in alle
opzigten; no way, geens-
zins ; by way of, bij wijze
van, als: by way of embel-
lishment, tot versiering.
We , pron. wij.
Weak, adj. zwak.
Weakness, 8. zwakheid.
Wealth , 8. rijkdom.
Weapon, s. wapen, geweer,
sfoa/; weapons, wapenen.
Weather, a. weder.
Weatherbeaten , adj. door
slecht weer a/gemat.
* to Wear, {imp. wore ,
part, worn), v, a. et n.
I. slijten ; to wear out, uit-
mergelen , uitputten; 2,
(ann het ligchaam) dra-
gen ; 3. to wear awoy ,
uitteren.
Weary , adj. tnoede.
to Weary, v. a, vermoeijm;
wearied, «/oe^/c, verdrietig,
Weaver, s. wever.
Webbed, a.Ij. met vliezen
verbonden {vctn de voe-
ten der watervogels).
Wedding s. bruiloft.
Wedloük, 8. huicelijk, echt.
Weed , 8. otikruid.
to Weed , v. n. wieden.
Week , 8. weck.
to Weep , {»;;»/?. cn part.
wppt) V. n. et a. weenen,
to Weigh, V. a. et n. 1.
overwegen ; 2. wegen.
Weight, 8. gexcigt\'2,. nadruk.
Weighty , ndj. zxcaar, wigtig.
Welcoms, 8. welkom.
Welconjc, s. welkomst.
to Wficome, v. a. vcrxcel-
komen.
Welfare, s. welvaart.
Well, adv. 1. wel, goed; 2,
welaan, nu dan; to be
wel oir, er goed afgeko-
men zijn, zich wel bevin-
den , er goed aan zijn;
as well , zoo wel.
Well, adj. gezond, tvcl.
Went, imp. van lo Go.
Were, behoort tot hel werk-
woord to be en is twee-
derlei; 1. is het do plur,
van het imperf. I was,
plur. we, you , they,
were, waren; 2. is het
van het zelfde imperf,
dc conjunctie , I were ,
ik ware , en zoo door-
gaans , he were , you
were, slechts de tweede
persoon van enkelvoud