Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
290
T.
. spveken ; 2. onthalen ,
vrijhouden.
Treatment, ». lehandeling.
Treaty , 8. tractaat, onder-
handeling.
Tree, 8. boom,
to Tremble, v. sidderen,
beten.
Tremblingly, adv. sidderend,
- Trepidation, 8. angst, schrik,
^ffrial ,8. 1> beproeving ,
proef; 2. geregielijk, on-
derzoek , verhoor; 3. be-
slissende daad.
Tribe, 8. 1. volksstam; 2.
geslacht of klasse {van
dieren).
Tribunal, 8. regterstoel ,
regtbank.
Tribune, "8. (overheidsper-
soon bij de Romeinen, als:
Tribune of the people,
volkstribuun, die de reg-
icn des volks tegen de in-
breuken der Patriciërs
beschermen moest).
Trick , 8. grap.
Tried, imp. cn part, van
tó try.
Trilling, adj. onbeduidend.
Triumph, 8. zegepraal.
to JTriumph , v. n. zegepralen.
Triumphant, adj. zegepra-
lend,
Trojan, I.) adj. trojaansch;
f II.) s. Trojaan.
Troop, 8. troep.
Troth, a. t route; by my
troth, op mijne eei,
to Trot, T. n, draven.
to Trouble, v. a. storen,
- verontrusten, lastig val-
len; troubled, ontsteld,
verlegen, . .
Trouble, 8. zw^trigheid, on-
gelegenheid.
Troublesome , adj. lastig ,
bezwaarlijk.
Trowel, s. troffel,
Troy, 8. Troje, (cc/ie stad
in klein Azië).
True, adj. waar.
Truly, adv. I. waarlijk, t«
waarheid; 2. voorwaar.
Trunk, 8. \, stam (van een'
boom); 2. koffer; 3. snutf
(van eenen olifant),
to Trust, V. a. vertrouwen.
Truth, 8. 1. waarheid; 2.
trouw, opregtheid.
to Try, v. a. et n. 1. be-
proeven , de proef ran
iets nemen; 2. trachten,
pogen.
Tub, s. ton.
Tube, 8. pijp , buis.
to Tumble, v. u. vallen,
nedervallen.
Tumult, 8. oproer, oploop.
Tune, 8. welluidende toon.
Tuneful, adj. welluidend.
Turenne , s. Turenne , (6e-
roemd Fransch veldheer
onder Lodewijk XIV,),
Turk, 8. Turk.
Turkey, s. Tuzkije,
Turkish, adj. Turksch.
to Turn , v. a. el n. 3.
draaijen, wenden; 2. ee-
ne rigting geven; to turn
over, overdragen, over-
■ geven, verwijzen (aan ie-
mand); 3. zich draaijen,
keeren, op iets komen;
their discourse turned up-
on, hun gesprek viel op;
to turn about, zich om-
keeren ; 4. veranderen ,
worden ; to turn pale ,
bleek worden.
Turn, 8. 1. keer, wending;
2. vorm ; 3, iemands beurt