Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
2ÖG
T.
Tenant, s. {die het goed van
een ander onder zekere
voorwaarden 'in bezit
heeft), pachter.
Tender, adj. teeder.
Tenderness, s. teederheid.
Tent, 8, tent.
Term , s. ]. uitdrukking ,
spreekwijze, bewoording,
woord; 2. artikel, voor-
waarde van een verdrag.
Termngant, s. boos, twist-
ziek wijf.
Termagant, adj. scheldend,
twistziek.
to Terminate, v. a. et n,
eindigen, besluiten.
Terrible, adj. verschrikke-
lijk.
Terribly, adv. verscbrikke-
lijk.
to Terrify, v. a. verschrik-
ken.
Territory, 8, grondgebied.
Terror, s. schrik; to put
in terror, «c7»rfA aanjagen.
to Testify, v. a. betuigen.
Testimonial, 8. getuigschrift.
Testimony, s. getuigenis.
Text, 8. tekst.
Thales, s. Thales , {tan Mi-
lete, een der zeven Griek-
sche wijzen).
Than, conj. dan (na eenen
comparativ. of do woor-
den other en else.)
Thank, s. dank, dankzeg-
ging.
to Thank , y. a. danken.
Thankful, adj. dankbaar.
Thankfulness, s. dankbaar-
heid.
That , I.) pron. demon.
(plur. Those) die,da^'11.)
pron. relativ. {als zooda-
nig , in het enkcl- en
meervoud th&i) , die, dat,
welke ^ hetwelk.
That, conj. opdat.
Thal's , in plaats van that is.
The, art. de, het.
Theatre , s. schouwburg.
{Bij de Romeinen een
groot gebouw , dat iot
openbare spelen en ver-
maken van allerlei aard
gebezigd werd).
Tbeban , i. aój.Thebaansch,
van Thebe\l,)s. Thebaan.
Thebes, s. Thebe, {beroem-
de stad in Griekenland),
Thee, acc, van Thuu.
Their, pron. {van they, ztj,)
hun, haar.
Theirs, pron. (wanneer het
substantiv. voorafgaat) ,
de of het hunne, hare,
Them, acc. fa« They, hen,
haar, dezelve; to them,
(of, met wegl. van to),
them, hun.
Themistocles, s. Themisto-
clcs , (een beroemd J-
theensch veldheer).
Thpmselves, pmn. 1. (plur.)
zij zelven , zelven; 2. zich.
Then , conj. et adv. 1. dan,
alsdan; 2. toenmaals; 3.
hierop ; 4. alzoo, wanneer
het zoo is.
Thence, adv, (ook, hoewel
verkeerdelijk, from thence),
van daar , daarom, daar^
pit.
There , adv. 1. daar; 2.
daarhenen; 3. (met den
derden persoon van eenig
werkwoord vormt het een
onpersoonlijk werkwoord);
there is, plur. there are,
er is, cr ^y»; tberebeing ,
dewijl, daar er is of zijn.