Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
282
S.
to Sul)due, V. a. hedicingen,
onderwerpen.
Subject, adj. onderworpen,
onderhevig.
Subject, 8. I. onderdaan;
2. onderwerp, (waarover
" men spreekt of schrijft),
stof; to talk upon one's
own aubject, van zich zei-
ven spreken; on the sub-
ject of her beauty, over
hare schoonheid.
Submission, s. onderwerping,
to Submit, y. a. et n. I. zich
onderwerpen; 2. zich la-
' ten welgevallen , zich met
iets vergenoegen.
Subordination, s. onderge*
schiktheid,
to Subsist, v. n. 1. bestaan;
2. to subsist on of upon,
zich ergens mede onder-
houden , generen.
Subsistence, 8, onderhoud,
inkomen.
Substance, s. 1. wezen, we-
zenlijke zelfstandigheid ,
ding; 2. rijkdom, goederen,
to Substitute, y. a. in te-
mands plaats stellen.
Subterraneous, adj. onder-
aar dsch.
Subtile, adj. 1. fijn, dun,
teêr; 2, fijn , verstandig.
Suburb, 8. voorstad.
to Succeed, v. n. opvolgen.
Success, 8» 1. afloop eener
zaak; 2, gelukkige uitslag,
geluk.
Successful, adj. gelukkig,
met een goeden uitslag
bekroond.
Successor, 8. opvolger.
Succulent, adj. sappig.
Such , zulk, zoodanig ;
8uch a one, die of die
(wanneer men iemands
naam niet noemen kan
of wil),
to Suckle, V. a. zogen.
Sudden, adj, onverwacht,
plotseling , onvoorbereid;
on a sudden, plotseling ,
eensklaps.
Suddenly, ady. plotseling.
to Suffer, V. a. et n. 1. lij"
den; 2. toegeven; I suffer
him to take, ik sta toe,
dat hij neemt, ik laat hem
nemen; 3. straf lijden ,
gestraft worden.
Sufferance, s. 1, lijden; 2,
geduld.
Suffering , s. lijden.
Sufficient, adj. 'toereikend,
genoegzaam.
Sufficiently, e^dv, toereikend.
to Suffocate , y. a. verstik-
ken , de lucht benemen,
smoren.
to Suggest, y. a. ingeven,
aan de hand geven.
Suit, s. 1. reeks; 2, regts-
zaak, proces.
to Suit, y. a, passen, voe-
gen, overeen komen.
Suitable, adj. voegzaam,
passend, betamelijk.
Suitably, adv. gepast.
Suite , 8, gevolg.
Sulphur, 8. zwavel.
Sulphureous, adj. zwavel-
achtig.
Sultan, 8. Sultan, (Turk-
sche keizer).
Sultry, adj. zoel, zwoel.
Sum, 8. som.
Summer, s. zomer.
Summit, 8, toppunt, kruin,
to Summon, v. a. voor het
geregt roepen, dagvaar-
den.