Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
s.
281
stoop, 8. hel nedermlJen;
to make a stoop at, op
iets nedcrHchicten , ter
neêr storten.
Slop, 8. ophouding, stil-
stand; lo put a slop to ,
een einde maken aan,
to Stop, V. n. et a. 1. op-
houden, stilstaan; 2. aan-
houden, ophouden.
Stork, s. ooijetaar.
Storm, 8. storm.
Story, 8. I. geschiedenis,
verhaal; 2. geval, voorval.
Strait, 8. I. {of in plur.
straits), engte, naauwe
pas; 2. nood.
Strange, adj. 1. vreemd', 2.
zeldzaam.
Stranger, s. vreemdeling.
Stratagem, s. list, krijgslist.
Straw, 8. 1. stroo; 2, stroo-
halm.
Stream, s. stroom,
to Stream, v. n. str-oomen,
vlieten.
S treet,8. straat (in eene stad),
Strenglit, s. sterkte.
to Stretch , v. a. et n. strek-
ken, uitstrekken.
Strict, adj. streng, naauw»
keurig.
Strife, 8. ticist, strijd,
to Strike, s, a. et n. 1.
(imp. en part. struck)
slaan; 2 treffen, iemand
schielijk in ae eene of an-
dere gemoedsbeweging stel-
len; getroffen, ge-
raakt; striking, in het oog
loopend; 3. leven maken,
to Sirip, v. a. ontblooten,
ontkleeden, beroocen.
Stripling , s. knaap (tusschen
de hinder- en jongtlings»
jaren), aankomeling.
to Strive, v. n, 1. (imp.
strove) streven , %ich zeer
beijveren; he strove all he
coufd, Ay deed al, wat
hij kon; 2. strijden.
Strong, adj. sterk, krach»
tig, dapper.
Strong-hooked , adj. sterk
gekromd.
Struck, imp. en part, van
to strike.
Structure, 8. 1. zamenstel-
ling, inrigting; 2. gebouw»
Student, s. student.
Studious, adj. 1. studerend;
2. geleerd.
Study, 8. ï. studie, studeren,
aanleeren; the studies, de
studiën, wetenschappen;
2, voorwerp van onder»
zoek , nadenken;. 3. stu-
deerkamer.
fo Study, v. n. eta. 1. frflcA-
ten, willen, begceren;2.
studeren , overdenken ;
studied tortures , uitge-
zochte folteringen of mar-
telingen,
to SiuU', v. a. volstoppen,
to Stun, v. a, 1. verdooveng
2. verlegen maken.
Stupidity, s. gevoelloosheid.
Stupidly, adv. bedwelmd,
gevoelloos; «tupidly, a*
ghast, doodelijk verschrikt»
Style, 8. 1. stijl, (manier
van zich uit tc drukken);
2, J)ouworde, stijl.
Styx, 8. Stijx, (de beroemd»
ste rider in de beneden»
wereld, over welke, vol»
gens de mythologie, do
afgescheidene zielen moes»
ten varen).
Suahia, s. Zwaben,
Subaltern, adj. ondergeschikt,
2i