Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
s.
279
spark, 1. vonk; jon»
ge levendige knaap,
to Sparkle, v. n. vonkelen,
Sparla , ». Sparia of Lace-
deinouy (eene stad cn re»
publick in Griekenland),
Sparrow , s. musch,
* to Speak, v. a. (tm/?. spoke ,
part, spoken) , spreken,
verhalen.
Spartan, s. I.) Spartaan;
II.) adj. Spartaansch,
Special , adj. bijzonder ,
naauwkeurig.
Species, s. soort.
Spectacle, s. tooneel, schouw-
spel ; plur, spectacles, bril.
Spectator, •. aanschouwer.
Spectre, 8. spook.
Speech , s. i. spraak ; 2»
redevoering, rede.
Speechless, adj. sprakeloos.
Speed, 8. haast.
Speedy, adj. haastig, schie-
lijk,
■ to Spend, r. a. 1. (imp.
en part, spent) verleren,
uitgeven , uitputten ; 2.
verkwisten; 3. doorbren-
gen (van den tijd).
Spent, adj. uitgeput.
Sphere, >. sfeer, werkkring,
* to Spill, V. a. (imp, en
part, spilt) storten.
r to Spin, V. a. (imp, en
part, spun) spinnen.
Spirit, 8. I. adem; 2. geest,
3. verstand; 4. levendig-
heid , moed, (bijzonder
in plur.)
Spite, 8. spijt, wrok; in
•pitc of, in weèrwil van.
Splash, 8. 1. bespatten; 2.
plomp.
to Splash, V. 8. bespatten
met water en modder.
Splendid, adj, glinsterend,
prachtig.
Splendour, s. glans, heer-
lijkheid.
to Spoil, T. a. 1. plunde-
ren', 2. bederven, in den
grond helpen.
Spoil, 8. 1. roof, plunde-
ring-, en in plur. spoils,
buit, (namelijk die van
den vijand, als zegetee-
kenen, afgenomene klee-
deren en wapenen; 2,
treurige overblijfsels; 3.
afgetrokkene huid eens
diers.
Spoke , imp, en Spoken part,
van to Speak.
Sport, s, scherts, grap, spel.
Spot, 8. 1. vlak', 2. plek,
plaats.
Spotted, adj. gevlekt, vol
vlakken.
Spouse, 8. gade, echtgenoot,
* to Spread, v. a. et n. I.
verspreiden-, 2. zich ver-
spreiden.
Spread, part, verspreid.
Sprightly , adj. levendig ,
vrolijk.
Spring, 8. 1. lente;2. bron,
3. veêr, springveêr; 4.
veérkracht,
to Sprinkle, t. a. bespren-
gen , besproeijen.
Spur, 8. spoor.
to Spurn, y. a. I. met den
voet stooten; 2. met ver-
achting en trotschheid be-
handelen.
Square, adj. regthoekig, vier-
kant,in het vierkant,iqwAXQ
timber, in het vierkant ge-
houwen timmerhout.
to Squeeie, v.^a. drukken,
persen; uitpersen.