Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
s.
277
Situated, adj. 1. zich in
eoncn zekeren toestand
bevindende; as 1 am si-
tuated, in den toestand,
waarin ik ben; 2. gelegen,
Situatioo , s. i. toestand;
2. ligging.
Six, adj. zes.
Sixpence, 9. pl. zes pence,
{een halve schelling En-
gelsche munt).
Size, 8. groottey omvang.
Skill, 8. bedrevenheid.
Skin, 8. huid, vel.
Skipper, s. schipper,
to Skulk, V. n. zich uit
schaam^te verbergen, weg-
schuilen.
Skull, 8. hersenpan, schedel,
bekkeneel.
Sky, 8. hemel, lucht.
Slack, adj. 1. slap, niet
gespannen ; io go slack ,
slap worden; 2. traag,
to Slake, v. a. lesschen,
blusschen, dempen.
Slap , s. slag {met do vlakke
hand),
to Slaughter, v. a. neder-
saBelen , vellen.
Slave, 8. slaaf.
Slavery, s. slavernij,
* to Slay, v. a. {imp. slevr,
part, slain) , dooden, dood-
slaan,
* to Sleep , v. n. {imp, en
part. slept), slapen.
Sleep, 8. slaap.
Slight, adj. geriug y onbe-
duidend.
Slight, 8. ver achting,schande.
Slily, adv. op eene listige
wijze,
to Slip, V. n. glijden, uit-
glippen.
Sloop, 9.sloep,klein vaartuig.
Sloth , 8. luiheid,
SloW, adj. langzaam.
Slowly, adv. langzaam.
Slumber, s. sluimering.
Sly, adj. listig y arglistig.
Small, adj. klein,
• Smell, v. a. {imp en part,
smelled en smelt) , rui-
ken,
to Suiile, ei, grimlagchen.
Smile, s. grimlach,
Siuouth, adj. glad,
to Smooth, v. ^.glanzen,
glad maken, strijken.
Snare , s. valstrik.
to Snarl , v. n. knorren,
brommen , {van honden,
wolven, enz,)
to Snatch, v. a. haastig
aangrijpen y schielijk weg-
nemen, afgrijpen.
Sneer, 8. spottende lach.
Snipe, 8. snip,
lo Snivel, v. n. 1. uit den
neus druipen; 2. {eene
verachtelijke uitdrukking,
voor:) weenen, huilen.
Snow, 8. sneeuw.
So, ndr. 1. zoo, op deze
wijze; 2. daarom, des-
wege; so 80, {even als in
het Ncde%-duitsch) , zoo
zoo, tamelijk.
to Soak, V. a. I. doopen,
wecken, bevochtigen; 2«
nat maken.
Sober, adj. nüchteren.
Society, v. }, maatschappij;
2. gezelschap.
Socrates, s. Socrates, {een
bekend Grieksch wijsgeer).
Soever, adv. {na what,
where, enz.) hoe ook ; ia
what manner soever, op
welke wijze ook.
Sofa, 1. sofa.