Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
276
S.
kant zijde; the sea-«ide,
de zeekant.
Sideboard, s. zijtafel.
Sidon , s. Sidon , {eene voor-
malige beroemde handel-
drijvende stad in Pheniciè)»
Sidouian, s. Sidoniër.
Siege , s. belegering.
Sight > 8. 1. gezigt, zien;
2. aanblik; to come in
sight of, in de nabijheid
van iets komen, zoo dat
men het ontwaart ; with
in sight of the port , in
het gezigt van de haven;
to lose sight of one, ie-
mand nit het gezigt ver-
liezen.
Sign, 8. teeken; to make
signs, wenken.
Signal, s, afgesproken leeken,
sein.
Signal, adj. uitstekend.
Signature, 8. 1. onderteeke-
ning\ 2. kenmerk, ken-
teeken,
Silesia, 8. Silezië.
Silence, s. stilzwijgen.
to Silence, v. a. tot stil-
zwijgen brengen, den mond
snoeren.
Silent, adj. siil, stom.
Silk , zijdo , zijden siof,
Silk-worm, 8. zijdeworm.
Sillily,adv, eenvoudig,dwaas.
Silly, adj. 1. zicak\ 2.
dtcaas, belagchelijk, '
Silver, 3. zilver.
Similar, adj. gelijksoortig,
dergelijk.
Simple, adj. eenvoudig.
Sin , s. zonde.
Since, I.) prep, sedert. II).
conj. 1. sedert; zoo lang
(n?s); 2. daar, dewijl, dóch,
Sincerc, adj. opregt.
* to Sing, v. a. {imp, cn
part, sung) zingen.
Single, adj, \, enkel) single
combat , tweegevecht ; 2.
ongehuwd; 3. eenig,
to Single out, v. a. et n.
uitkiezen; 2. alleen voor-
uit treden.
Singly, adv. in het bijzon-
der.
Singular, adj. zonderling,
bijzonder, voornamelijk,
* to Sink, V. a. et n. 1.
(imp. sank en sunk , part.
sunk) zinken, omvallen;
2. doen zinken, verlagen,
vernederen ; sunk, ver-
zonken.
to Sip, v. a. kleine teugen
doen, slurpen.
Sip, s. slokje, teugje.
Sir, 8. 1. mijnheer, (gewo-
ne toesprauk aan man-
nen); 2. vóór den voor-
naam van eenen persoon,
duidt het den ridderstand
aan , bij v,: sir Isaac
Newlon , sir Isaac Nexo-
ton , (hetgcne men in
vroegere tijden vertaalde:
do ridder Isaac Nexcton).
Sire , 8. Siro , (aanspraak
aan een gekroond hoofd,
eigenlijk alleen in het
Fransch),
Sirrah, int. (eene beschim-
pende uitroeping): hei,
rekel!
Sister, s. zuster.
* to Sit, V. n. (imp. en part.
sat cn sate) zittejt, zich
nederzetlen ; to sit up ,
dos nachts opzitten, wa-
ken.
Sitting, zitting, bijeenkomst
(eener vergadering).