Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
270
R.
Koof, 6. dak.
Hoorn, 8. 1. ruimtey plaaia,
stand; to leave no room ,
niet gedoogen; 2, vertrek,
kamer,
Hope, 8. touxü,
Ro8e, 8. roos.
Rot, 8. (ziekte der schapen,
namelijk eene verrotting
hunner longen, op som-
mige plaatsen:) gelligheid.
Kotten , acij. vuil, onge-
zond, ziek.
Rough, adj. ruw, oneffen.
Roughly, adv. ruw, hard.
Rouleau, 8. rolletje (geld).
Round, prep, om, rondom;
round the chamber, rond-
om de kamer, door de
kamer,
to Rouse, T. a. aansporen,
aanvuren, optoekken.
to Rout, V, a, verstrooijen,
in wanorde brengen , ge-
heel verslaan.
Row, 8. rtj.
Royal, adj. koninklijk.
Royalty, s. koninklijke waar-
digheid,
to Rub, V. a. et n. 1. wrij-
ven; 2. doordringen, door
henen slaan; to rub on«
zich voorthelpen.
Rubbish, 8. puin.
Ruble, 8. roebel, (Russische
munt).
Rude, adj. ruw, onbeschaafd.
Rudely, adv. onvriendelijk.
Rudeness , s. onbeschaafd-
heid, lompheid.
Ruddy, adj. rood, roodachtig,
Ruelle, 8. gezelschap, ge-
zellige kring, kransje.
Ruin , 8. ondergang , ver-
derf; t)\c ruins, dcpuin-
hoopen.
to Ruin, T, a. verwoesten,
vernielen.
Ruinous, adj. houtovalUg,
Rule, 8. regel.
to Rule, v. a. behecrschen,
besturen.
Rum, 8. rum, (een uit het
suikerriet bereide brande-
wijn),
to Run, V. n. 1. loopen; 2.
stroomen, vloeijen,
Run, s. loop; at the long
run, op het einde, met
der tijd,
Russia, 8. Rusland,
Russian, s. II.)/Jms; II.)adj.
Russisch,
to Rush, V. n. aanvallen^
toeschieten, snellen.
Rust, 8. 1. roest; 2. onbe
schaafdheid, ruwe bolster.
Rustic, fidy landelijk,boer sch.
S.
to Sack, T. a. {eene stad)
stormenderhand innemen,
plunderen.
Sacred, adj. 1. geheiligd,
heilig; 2. gewijd,
to Sacrifice, v. a, offeren,
opofferen.
Sad, adj. treurig, bedroefd.
Saddle, 8. zadel.
Safe, adj. gered, veilig.
Safety , 8. veiligheid , ze-
kerheid.
Sagacious, ad], scherpzinnig.
Sagacity, 9.scherpzinnigheid.
Sage, adj. wijs, verstandig.
Sage, 8. wijze.
Said, imperf, cn part, van
to Say.
to Sail, V. n. zeilen.
Sail, 8. zeil.
Sailor, 8. matroos.