Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
259
P.
to Pursue, v. a. I, vervol-
gen; 2. opvolgen, in het
werk stellen; 3. voort-
zetten,
Pursuer, 8. vervolger,
Pursuit, 8. vervolging,
to Push, V. a. et n. 1. stoo-
ten, drijven; 2. voor-
waarts brengen; he haa
pushed his fortune, hij
heeft zijn geluk gemaakt;
3. to push lorward, voort-
dringen ; to pubh on, aan-
dringen ^ voortstuwen,
PushweJ!, 8. (verdichtenaam
van een' duelleerder} :
Stool-goed.
* tü -Put, v. a. et n. 1,
zetten , leggen, plaatsen,
steken , 2. aanwenden ,
gebruiken-, io be put to
the drudgery, tot gemeen
werk gebruikt worden ;
3. maken (b. v. een ein-
de) ; to put to death ,
dooden; to put to the
6word , over de kling ja-
gen; to put to flight, op
de vïugt drijven; to put
on <>ƒ upon one , iemand
met iets betichten; to put
on , opzetten, aantrekken
(kleederen)-, to put out,
uitslaan, uitsteken (een
oog); to put in, binnen
loopen (van schepen) ;
to put out , onder zeil
gaaii, uitzeilen; to put
off, van land steken,
in zee loopen,
Pytites, 8. vuursteen.
Pyrrhua, 8. Pyrrhus, (zoon
, van Achilles, anders ook
Neoptolcmus genaamd).
Pyrrhus, s. Pyrrhus, (op-
volger des bovengenoem-
deny en koning van Epi-
rus, een groot veldheer).
Q-
Quadruped, 8. viervoetig dier.
Quail , 8. kwartel, wach-
tel,
to Quake , v. n. sidderen.
Quake, 8. schokking.
Qualification , s. geschikt-
heid, hoedanigheid,
to Qualify, v, a. geschikt
maken; c^alificd , geschikt,
bekwaam tot iets.
Quality. 8. 1. eigenschap;
2. stand, rang.
Quantity, s. hoeveelheid.
Quarrel, s. twist, strijd.
Quarter, s. 1. vierendeel;
2. kwartier, wijk van
eene stad.
Queen , 8. koningin ; the
queen-dowager, de konin-
gin weduwe.
Queer, adj. zeldzaam^ zon»
derling; a qneer fellow,
een dwarskop,
to Quell, V. a, onderdruk-
ken , stillen.
to Quench, t. a. lesschen,
stillen.
Question, s. 1. vraag; 2.
twijfeling; to make ques-
tion , twijfelen.
to Question, y. a» 1, uit-
vragen , ondervragen j 2.
in twijfel trekken.
Quick, adj. 1. levendig; 2.
snely vaardig, vlug.
to Quicken , v. n. levend
worden, herleven.
Quickly, adv. snel, schie-
lijk , spoedig.
Quiet, adj. rustig, gerust,
stil.