Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
N.
wijls met het eiikelvoudi"
ge van een werkwoord
verhonden) , nieuwstij-
ding , herigt, nieuws.
Newspaper , s. courant ,
krant, nieuwspapier.
Newton, s. Newton ^ (een
beroemd Engelsch wiskun-
dige in het begin der vo-
rige eeuw).
New-ïork , s, New-Yovk ,
nieuxc'Yorky (eene pro-
vincie in 1^0 ord-Amerika).
Next, adj. naaste.
Next, adv. naast, aanstonds
daarop , onmiddellijk
daarna,
Nice, adj. fijn, delicaat,
Nigh, adj. nabij.
Night, 8. nacht.
Nightcap, 8. slaapmuts.
Nightingale, s. nachtegaal.
Nile , 8. Nijl, (eene bekende
rivier in Egypte).
Nimble, adj. fltie/, letendig.
Nine, adj. negen.
Ninety, adj. negentig.
No, ad*. J. neen-, 2. niet.
No, adj. niet een, geen;
hy no means, door geen
middel , geenszins ; no
danger, geen gevaar.
Nobility, s. adel.
Noble, adj. 1. edel, edel-
moedig; 2. mild.
Noble, 6. iemand van hoo-
gen adel, adellijke, edel-
man.
Nobly, adv. edel, edelmoedig»
Nobody, s. niemand.
Noi«e, 8, gedruisch, ge-
êchre'euw.
Noisy, adj. leven makende,
luidruchtig.
Nominally, adv. slechts in
naam.
None, pron. s. niet een,
niemand, geen.
Nonplus, 8. verlegenheid,
(als men niet weet, wat
men doen zal).
Nonsense, s. onzin.
Nor, conj. noch, (na nei-
ther , noch).
North, 8. noorden.
Northern, adj. noordelijk.
Northwind, noordewind.
Nose, 8. neus.
Not, adv. niet.
Note, 8. teeken, kenmerk;
2. noot; 3. melodische
toonen, gezang.
to Note, v. a. 1. opmerken ^
waarnemen; 2. neder-
schrijven, opteekenen.
Nothing, pron. s. niets.
Notice, %. opmerking, waar-
neming to take notice
of a thing , iets waar
nemen, merken, acht op
iets slaan.
Notion, 8. 1. voorstelling;
2. meening , gevoelen ; un-
der a notion , meenende.
Notorious , adj. algemeen
bekend,
Notwithstandig , I.) prep.
niettegenstaande , onge-
acht; Jl.) conj. 1. hoe*
wel; 2. desniettemin.
to Nourish, v. a. 1. opvoe-
den , onderhouden ; 2,
koesteren.
Novelty, s. nieuwheid.
Novice, 8. leerling, nieu-
weling.
Noviciate , s. leerjaren ,
proefjaren, proeftijd.
Now, adv. nu, thans.
Noxious, adj. schadelijk.
Numa, 8. Numa, (de opvol-
ger van Romulus, twee-