Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
M.
241
Magpie, 8. thster.
Mahometan, s. Mahomedaan.
Maid, 8. 1. ongehwode vrou'
welijke persoon , juffer,
maagd j 2. dienstmeid ;
servant maid , oppasster.
Ulaiden, 8. maagd, meisje.
Main , adj. i)oornaamste ,
grootste (in zijne soort);
the main point, de hoofd-
zaak.
Main, 8. 1. oceaan, (tn te-
genoverstelling van klei-
nere zeeën, zeeboezems);
2. het vaste land (in tegen-
stelling van een eiland),
(o Maintain , t. a. 1. bewa-
ren (in eenen zekeren toe-
stand); 2. voeden, met
de tegenwoordige behoef-
ten voorzien.
Maintenance , 8.1. verzorging
(met de noodige behoeften
des levens); 2. onderhoud.
Majesty, s. 1. majesteit,
hoogste wereldlijke magt,
(de abstracte titel van ge-
kroonde hoofden van beide
geslachten; Your Majesty,
Üwe Majesteit', 2. groot-
te, aanzienlijke gestalte \
3. grootte (van geest cn
gemoed); 4. pracht,
• to Make , (imp. en part,,
made), y. a. et n. l, ma-
ken; to make one's escape,
ontvlugten; to make up,
vormen , zamenstellen ,
uitwerken, uitmaken; 2.
dwingen, tot iets aanzet-
ten; he made him work,
hij zette hem tot werken
aan-, 3. doen; to make a
thing appear ridiculous,
iets belagchelijk doen schij-
nen^ 4. (als intransitiv,)
zi^h ergens henen wenden;
io make toward one, op
iemand afgaan; to make
off, zich uit het stof ma-
ken, wegloopen.
Male, I.) 8. mannetje, (een
dier van het mannelijke gC'
slacht)', II.)ad'].mannelijk.
Malice, 0. boosheid.
Malignity, s boosheid, vij-
andelijkheid.
Malta, 8. Maltha,
Mamoun, b, Mamoun, (een
beroemde calif in de 9do
eeuw).
Man, 8. l.mensch; 2, man,
to Manage, v. a. et n. I.
handhaven, besturen; 2.
handelen, het aanleggen.
Management, s. besturing,
handhaving, leiding.
Mandarin , s. Mandarijn ,
(ieder voorname beambte
in Sina).
Mandate , 8. bevel, hevcl->
schrift.
Manger, s. kribbe,
to Manifest, v. a. openha-
ren, aan den dag leggen.
Mankind , s. menschheid,
menschelijk geslacht.
Manly, adj. mannelijk, ee-
nen man passende.
Manner, s. wijze, manier;
manners, pl.- zeden.
Mansion, 8. woning.
Mantinea , s. Mantinea ,
(eene stad in Arcadië),
Many, adj. menig, veel^
many a man, menig mensch.
Many, s. menigte.
Map, 8. landkaart,
March, s. marsch,
to March, y. n. l. marche-
ren; 2. (voorzigiig) gaan,
treden.
19