Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
rüSS-9

mmm
236
J.
Just, adv. naauwheurig;
2. juist, op het oogenblik f
zoo even,
JuBtification, a. regtvaardi-
ging.
Jugtice, 8. 1. geregtigheid;
to do jiistice, regt doen;
2. juistheid; 3. regter,
to Judtify, a. regtvaardi-
gen.
Juslly , adv. regtvaardig,
wet regt,
Justnesa, s, regtvaardigheid,
billijkheid {eener zaak),
K.
Keen, adj, scherp^ door-
dringend,
• to Reep, (t. en p, kept),
v.a.etn, I .^eAoucfen; to keep
account, rekening hou-
den ; 2. bewaken, bescher-
men 1 behoeden, hoeden; 3,
onderhouden; io keep up,
behouden; to keep out,
niet binnen laten; 4. blij-
ven; to keepup, harden,
uithouden ; to keep up witb
one, iemand bijhouden,
Key, 8. sleutel.
Kick j s. schop,
to Kick, 8. met den voet
schoppen; to kick up the
heels, do voeten in de
hoogte steken, steigeren,
to Rili, 8. dooden, ombren-
gen.
Kind, 8. soort.
Kind, adj, liefderijk, goedig.
to Kindie, v. a. aansteken,
ontvlammen,
Rindly, adj. zacht, goedig.
Kindly , adv. liefderijk ,
vriendelijk,
Kindueis, 8. goedheid, wel-
willendheid , vriendelijk-
heid.
Kindred, 8. ^. verwantschap;
2. bloedverwanten, ver»
wanten, {de) verwant-
schap.
King, 8. Koning,
Kingdom, s. koningrijk.
Kinsman, a. bloedverwant,
to Kiss, v. a. kussen.
Kitchen , s. keuken.
Knee , 8. knie,
to Kneel, v. n. knielen.
Knife, 8. mes.
Knight, 8. ridder,
to Knock , v.a. ]. kloppen,
aankloppen} 2. slaan ,
stooten; to knock off, af-
slaan, afdoen.
Knout , 8. knoet, {eene Rus-
sische zweep).
• to Know, (»?»/}. I knew
part, known), v. a. ken-
nen, weten.
Knowledge, 8. kennis, be-
kwaamheid, kunde.
Known , part, {van to know)
bekend.
Koran, 8. Koran, {het hei-
lige boek van de volgelin-
gen van Mahomed),
I.
Laborious, adj. werkzaam,
Labour, s. werk, arbeid.
to Labour, v. nT 1. wer-
ken; 2. in verlegenheid,
in nood zijn; lo labour
under defects, met gebre-
ken te worstelen hebben.
Labourer, s. ietnand, die
met grof werk bezig is,
arbeider, landman, boer,
Laccdaemonian, s. Lacede-
moniër, Spartaan.