Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
1.
231
Illiberal, adj. omdol, toot
een hetchaafd man onbe-
tamelijk, onheusch.
Illiterate , adj. ongeleerd,
ongeletterd.
Ill-natured, boosaardig,
ongedienstig,
Illnesa, ». ziekte.
Illusion , 8. begoocheling ,
hersenschim.
Illustrious , adj. beroemd ,
edel, voortreffelijk.
Image , s. 1. beeld, 2. ge-
daante.
Imaginary, adj. denkbeeldig,
ingebeeld.
Imagination , 8. inbeelding,
verbeelding.
to Imagine, v. a. zich inbeel-
den.
Imbue, V. a. indoopen.
to Imitate, v. a. nabootsen.
Immediate, adj. onmiddel-
lijk.
Immediately, adv. onmid-
dellijk; 2. zoo aanstonds,
zonder vertoeven.
Immense, adj. onmetelijk.
to Immerse, v. a. 1. indoo-
pen , onderdompelen; 2.
diep in iets verzinken.
Immoderate, adj. onmatig.
Immortal, adj. onsterfelijk.
Immoveable, adj. onbewege-
lijk , onverzettelijk.
Impatience, s. ongednld.
Impatiently, adv. ongeduldig.
to Impel, V. a. aandrijven,
drijven.
Imperial, adj. keizerlijk.
Imperceptible, adj. onbegrij-
pelijk , opmerkelijk.
Impertinent , adj. onbe-
schaamd , ongerijmd.
Impetuous , adj. hevig , on-
stuimig.
Impetuosity , s. hevigheid ,
onstuimigheid.
Implicit, adj. \. ingewikkeld^
niet uitdrukkelijk', 2. zich
op eens anders geloof waar-
digheid verlatende,
to Implore, v. a. aanroepen^
smeeken, om iets verzoC"
ken.
to Imply, v. a. «Vi zich slui-
ten , in zich bevatten ,
beduiden.
Importance, s. belangrijk-
heid, gewigt.
Important, adj. gewigtig,
belangrijk.
Importunate , adj. lastig ,
onstuimig (in het verzoe-
ken, en begeeren),
to Importune, v, a. lastig
vallen, lastig worden.
Imponsibility, s. onmogelijk-
heid.
Impossible, ei^]. onmogelijk.
Impostor, 8. bedrieger, be-
driegster. .
Impotent, ad], zwak, krach-
teloos.
Imprnctidiable, adj. ondoen-
lijk.
to Impress , v. a. indrukken,
diep inprenten,
part,doordrongen.
Impression , s. indruk.
Imprisonment, s. gevangen-
schap , hechtenis,
to Improve, v. a. volkome*
ner maken, verbeteren.
Imprudence, s. onvoorzig-
tigheid, onverstand.
Impudence , 8. onbeschaamd-
heid.
Impudent, adj. onbeschaamd.
to Impute, v. a. toereken-
nen, toeschrijven.
In, prep. in.