Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
H.
227
veWieer in den iden Pu-
nischen oorlog).
to flappen, n. (hij toe-
val) geschieden, gebeu-
ren , komen, ontstaan ^
they happened to fall on
the subject, zij kwamen
toevallig over het onder-
werp te spreken; happen-
ing to travel, daar hij
toevallig of juist reisde.
Happiness, s. geluk»
Happy, adj. gelukkig.
to Harass, t. a. afmatten,
vermoeijen, plagen; to ha-
rass out, geheel afmatten.
Harbonr, 8. haven,
to Harbour, v. a. 1. herber-
gen-, 2. koesteren.
Hard, adj. 1. hard; 2. zwaar,
mocijelijk.
Hardly, adv. 1. met moeite,
bezwaarlijk; 2. naauwe-
lijks.
Hard-hearted , adj. hard-
vochtig.
Hardship, s. ongemak.
Hare, 8, haas.
Harem , 6. harem, vrouwen-
verblijf, (hij de Turken).
to Hark, v. a. hooren;
hark ye, hoor.
Harm , s. schade, nadeel,
Hannony, 8.harmonie;
2. eendragt.
to Haste, y.n, zich haasten,
io Hasten, v. a. haasten,
bespoedigen.
Hat, ê, hoed,
to Hatch, T. a. uitbroeden.
Hatchet, 8. 1. bijl; 2. strijd»
bijl,
to Hate, a. haten.
Hatred, 8. haat,
* to Have, (pres. I have,
. thou hast, he has, we,
you, they have; imp, en
part, had) t, a. et am. I.
hebben, bezitten-, 2. het
daarvoor houden; Z. heb-
ben. Aarm. gevolgd door
het vorl. deelw, van een
V. a. , voor hetwelk een
accusativus staatybeteekent
het laten, als: I hadapair
of shoes made: ik liet een
paar schoenen 'maken; I
shall have you whipt , ik
zal u laten kloppen.
Hay, 8. hooi.
He, pron. 1. hij; 2. degene,
Health , s. gezondheid.
Healthful, adj. 1. gezond;
2. der gezondheid voor >
deelig, heilzaam, gezond.
Healthy, adj. gezond.
to Heap, v.a. hoopen, op-
hoopen,
to Hear, v. a. hooren.
Hazard, a. kans-, to play at
hazard, een kansspel spe-
len.
Head, 8. 1. hoofd; 2. eerste
of voornaamsto plaats,
spits; at the head of an
armV) aan de spits eener
armee.
Heard , imp. en part. Zie
to Hear.
Hearer, s. hoorder.
Hearing, 8. 1. hooren, aan-
hooren; in my hearing,
voor mijne ooren, zoo dat
ik het hoorde; 2. gehoor,
Heart, s. 1. hart-, 2. ge-
heugen; to get by heart,
van buiten leeren.
Hearted, adj. slechts in za-
menstellingen gebruikelijk;
good-hearted, goedhartig.
Hearth, s. haard.
Heartily, adv. hartelijk.