Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
225
ie zijnen nadeele uitviel; Graceful, adj. ]. genadig*
4. worden; to go mad, 2. hckoorlijk , bevallig ,
dol worden; to go slack, innemend,
slap v)orden, Graces, 8. pl. Gratiën, (do
God, 8. God. mythologische Godinnen
Goddess, 8. godin. der bekoorlijkheid) , Be^
Godfather, s. peetoom. valligheden.
Godmother, petemoei. Gracious, adj. bevallig.
Godson, 8. petekind. aangenaam.
Gold, 8. goud. Gradually, adv. trapswijze.
Golden, adj. gouden. Grain, s. korrel.
Gone, part. (van to go) ï. Granary, 8. voormadhuis,
gegaan; 2. verloren. • korenzolder, korenschuur.
Good, 1.) 8. I. goed; 2. Grand, adj, groot^sch ^
welvaart, beste; 3. (in praciitig.
plur.) goods, goederen. Grandee, s. groote, (tnan
waren; II.) adj. goed. tan bijzondere magt en
Good-breeding, 8. beschaafd- waardigheid).
heid, goede zeden, wel- Grandeur, <. grootheid,
levendheid. Grandfatlier , 8. grootvader.
Good-nature , 8. goedhar- to Grant, v. a. verleenen,
tigheid. mededeelen.
Good-natured, adj. goed- Grape, s. druif,
hartig. Gratelul, adj. 1. dankbaar;
Good-naturedly, adv. goed- 2. aangenaam.
hartiglijk. Gratification, s. I. rergc-
Goodness, 8. goedheid. noegen , aanvalligheid ;
Goose, 8. gans. 2. bevrediging.
to Gore, v. a. 1. steken, to Gratify, v. a. bevredigen,
doorboren; 2. met de ho- Gratitude, 8. dankbaarheid.
rens stooten, doodstooten. Gratuity, 8^ geschenk, be-
Gothic, adj. gotisch. looning.
Gout, s. jicht, podegxa. Grave, adj, 1. ernstig; 2.
to Govern , v. a. regeren. plegtig.
Governor, 8. gouverneur, Gravely, adv.
bestuurder. Great, adj. groot.
Government, 8. regering. Great-grandfather, 8. over-
Gown, 8. 1. opperkleed (hij- grootvader,
zonder van de vrouwen); Greatly, adv. grootelijks,
2. toga, tabbaard. Greatness , 8. grootheid,
Grace, s. 1. genade 2. ti- waardigheid, hooge rang,
iel der hertogen', your Grecian, adj. Grieksche
grace, uwe genade; 3. Greece, 8. Griekenland,
bekoorlijkheid^ schoon- Greedily, adv. gretig, be-
heid; 4. uiterlijke hou- geerig,
ding. Zie graces. Greedy, adj. begerig.
17