Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
22.V
Vt.
Georgp, 6. George.
Güririan, I.) ndj. Dtiitsck'^
U ) 8. Duitscher; Duitsch.
Gerniany, 8. Duiiachland.
Geature, 8. 1. gebaren; 2.
gang, beweging van het
ligchaam,
* to Get, V. B. ot n. 1. ver-
krijgen , ontvangen ; 2.
verwerven; 3. leeren ;
lo get by heart, van bui-
ten leeren; to get off ,
afkrijgen y wegnemen; to
get out, er uit brengen;
to get together, te samen
brengen \ Aanmerk. Ge-
volgd door een verl. deelw.
van een a., waarvoor
een accusativus staat ^ be-
teekent to get, laten;
L. V. to get a 'chicken
dressed, een kuikeyi laten
klaar maken. — Het verl,
deelw, is soms overtollig,
4. gaan , komen; to get
at, enz, tot iets geraken ,
hij iets komen; to get
home, naar huis komen,
ie huis komen; to gel out,
uitgaan; to get up cn
upon , opklimmen, opstaan
uit het bed; 5. in den
eenen of anderen toestand
geraken , worden; to get
drunk , dronken worden;
to gel rich, rijk vsorden,
Ghastly, adj. spookachtig,
vreeselijk, huiveringxoek-
hend.
Gift, 8. 1. gave, geschenk;
1, bekwaamheid,
to Gïid, T. a. vergulden,
lo Gird, V. a. gorden,
Girl, 8. meisje,
to Give, (imp, I gave , part,
given), V. a. 1. geven;
2. veroorzaken , voort-
brengen ; it gave him 80
much pain, het veroor»
zaaktejiem zoo vele smart;
to giv« up, opgeven, ö-
vergeten, overlaten; to
give over, opgeven, af-
staan; to give vent, lucht
maken, lucht geven.
Giver, 8. gever.
Glad, adj. vrolijk, blijde y
verheugd; l should be glad
to know, ik zoude gaarne
willen weten, ik wensch-
ie wel te weten.
Gladly , adv. blijde , met
vreugde,
to Glare, v. a. met glan»
verblinden,
G lari n g, ndj. blinkend,
Gla»8, 8. 1. glas; 2. vaat-
werk van glas, glas,
to Glean, v. a. opzamelen^
vergaren.
Glimpse , 8. schemering ,
straal.
to Glitter, t. n. glinsteren,
fonkelen.
Glitter, s. glans.
Gloom, 8. duisterheid.
Gloomy, adj. 1. duister,
donker; 2. treurig.
Glorious, adj. roemrijk.
Gloriously, adv. roemrijk.
Glory, 8. roem, eer, glorie.
Glove, 8. handschoen,
to Glow, V. n. gloeijen.
to Gnaw, v. n. knagen,
* toGo, (imp. Iwent, part,
gone), V. n. 1. gaan,
reizen ; 2. op het punt
zijn van iets te doen ;
3. gelukken, wel of kwa-
lijk uitvallen; finding the
battle to go against him,
toen hij vond, dat de slag