Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
F.
223
Funeral, lijkitaalaif.
Funeral, adj. tot eent lijk-
staatsie hefloorende; fu-
neral sermon , lijkrede;
funeral procession , lijk-
staatsie.
Furious, adj. woedend.
to Furnish, v. a. 1. ver-
schaffen , bezorgen j 2. uit-
rusten, met iets voorzien,
meubeleren, stofferen.
Further, adj, et adr. verder.
Fury, s. I. woede-, 2. (in
de fabelleer,) furie, wraak-
godin , razernij.
Future, I.) s. toekomst; H.)
adj. toekomstig , aan-
staande.
G.
Gaiety, s. vrolijkheid,
to Gain, ▼« a. 1 winnen,
erlangen, bekomen ; 2.
tot iets geraken , berei-
ken , bekomen.
Gale, s. zachte wind, windje.
Gall, s. gal.
to Gallop, V, n. galopperen.
Gallows, s. galg,
Galiy, s. galei.
Game, s. 1. spel\ 2. scherts;
3. wild.
to Game, n. spelen.
Gamester, s. speler.
Gaming, s. spelen , spel,
Ganges, s. naam eener ri-
vier in Jndië.
Garb, s. kleeding.
Garden , s. tuin.
Gardener, s. tuinman.
Garret, s. dakkatner, vlie-
ring.
Garrulous, praatachtig,
snapachtig.
Gate, s. poort.
to Gather, t. a. et n. I.
verzamelen , bijeen bren-
gen; 2. zich verzamelen.
Gay adj. 1. vrolijk; '1. bont,
to Gaze, n. staren; to
gaze at, aanzien, aan-
staren.
Geese, plur. va7i Goose.
General, adj. algemeen.
General, s. generaal.
Generally, adv. algemeen.
Generosity, s. edelmoedig-
heid, grootmoedigheid.
Generous, adj, grootmoedig,
edel; ook van dieren, b,
V. a generous horse, een
edel paard.
Genius, s. 1. bekwaamheid
(rnn ^eest) , vernuft ,
geest, genie; 2. {over het
algemeen:) natuur, ge-
steldheid, aanleg.
Genteel, adj. hoffelijk, def-
Geutle, adj. zachtmoedig,
zacht, goedertieren.
Gentleman, s. 1. heer, (een
man van stand; ieder ,
niet tot den adel behoo-
rende, maar v)el opge-
voede en goed gekleedo
man] ieder, welken wij
met Mijnheer ao«5/jreA;(?»);
2. fatsoenlijk inan, man
van fatsoen.
Gentleness, s. dienntraar-
digheid, goedaardigheid,
minzaamheid.
Gently, adv. zacht, goed-
aardig.
Gentry, s. middelstand, de
klasse tusschen het gemeen
cn den adel, alle Gent-
lemen ; the black-robed
gentry, de zwart geklee-
ds heeren, de advokaten.