Boekgegevens
Titel: Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Auteur: Gedike, Friedrich; Bomhoff, Derk
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1840
5e verb. dr.
Opmerking: Vert. van: Englisches Lesebuch für Anfänger, nebst Wörterbuch und Sprachlehre. - 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4085
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200628
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsch leesboek voor eerstbeginnende, benevens een woordenboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
222
F.
Fox , vos.
Fragment, fragment, o-
V er blij/sel.
Frame , 8. 1, gebouw; 2. stel-
laadje, spalier; 3. lig-
chaamsgeslel.
to Frame, v. a. vervaardigen,
Fcaiice, s. Frankrijk,
Francis, 8. Frans,
Frankness, s. vrijheid, on-
gedwongenheid.
Fran tick, adj. onzinnig , gek.
Fraud , s. bedrog.
Frederic, s. Frederik.
Free, acij. 1. vrij; 2. vrij-
moedig ; to make free,
zich vrij uitlaten.
to Free, v. a, bevrijden,
vrij spreken.
Freedom, 8. vrijheid.
Freely, adv. vrij, onge-
dwongen,
* to Freeze, v. n. et a. Ï.
bevriezen; 2. bevriezen,
. doen verstijven, maken
dat iets bevriest, doen be-
vriezen.
French , adj. et 8. 1.
Fransch', 2. Franschen,
Frenuhman, s. Franschman.
Frequent, adj. menigvuldig.
to Frequent, v. q. {dikwijls)
bezoeke^i, dikwijls op eene
plaats komen.
Frequently, adv. dikwijls,
vaak.
Fresh, adj. versch, frisch.
Friar, s. monnik.
Friend, 8. vriend, vriendin.
Friendship, s. vriendschap.
Fright, 8. schrik, vreex.
to Frighten, v.a. vcrschrik-
. ken; to frighten one out
of one's wits, iemand zoo-
danig verschrikken , dat
hij met %ccet ^ wat hij be-
ginnen zal; to frighten
one almost to death, le-
mand eenon bijna doode-
lijken schrik aanjagen.
Frightful, adj. vreesclijk.
to Frisk, v. n. springen,
huppelen.
Frivolous, adj. ijdel, onbe-
duidend , weinig beteekc-
neiid.
Frog, s. kikvorsch,
to Frolic, V. n. 1. vrolijk
zijn; 2. vrolijk rondsprin-
gen.
Frolic, 8. grap, boerterij.
From, prep. I. van [ter aan-
duiding van eenen zekeren
afstand of eener bevrijding
vaniets). 2. uit, volgens;
to judge of a thing from
the report, over iets oor-
deelen volgens het berigf.
Frugal, adj. matig, spaar-
zaam , sober.
Frugality , s. spaarzaam-
heid , huishoudelijkheid.
Fruit, 8. vrucht, fruit.
Fruitful, adj. vruchtbaar.
Fruitless, adj. vruchteloos.
Fugitive , vlugteling,
to Fulfil, v. a. vervullen,
voleindigen.
Full, adj. I. vol; 2. sterk-,
at full speed, in grooten
haast', 3. toereikend, vol-
komen , naauwkeurig; a
full relation, een naauw»
keurig berigt.
Full-cry, adv. met groot ge-
schreeuw.
Fully, adv. volkomen, geheel.
to Fumble, v.» a. et n. 1.
fommelen, ongeschikt han»
delen; 2, stamelen, stot-
teren.
Fuuie, 8, L rook: 2. damp.